Vijfdeklasser WEO neemt afscheid van vijftal spelers

Vijfdeklasser WEO neemt afscheid van vijftal spelers

Aan het einde van een lang voetbalseizoen volgt in de regel een afsluitende dag waarop er nog even teruggeblikt kan worden. Alle hoogte- en dieptepunten de revue passeren. Er onder het genot van een hapje en een drankje afscheid wordt genomen en er toch nog even tegen een bal wordt getrapt. Bij het Woldendorper WEO was dat niet anders. Daar was het vijfde elftal van DVC Appingedam komen opdraven om het vlaggenschip van de geelzwarten partij te bieden. Doelpunten kregen de aanwezigen voldoende te zien, net als bijzondere invalbeurten. En aan het einde van de rit waren doelman Rody Bos, Jan Vriemoedt, Jarno Oolders, Daniël Boekee en Jarno Medema de mensen die voor hun bewezen diensten werden bedankt en uitgezwaaid.

Voor Rody Bos was het eigenlijk al wel duidelijk dat hij niet meer onder de lat zou terugkeren na de vervelende blessure die hij in de aanloop naar de competitie opliep tijdens een oefenpotje tegen DVC. Aan een carrière van ruim dertig jaar als doelman was abrupt een in de gekomen. Het gebroken scheenbeen zou hem uiteindelijk doen besluiten om gezin en maatschappelijke loopbaan voorop te stellen. In de achterliggende decennia heeft Bos heel wat wedstrijden het doel mogen verdedigen. Voor het toenmalige De Pelikanen, Poolster, Appingedam en op het laatst dus ook WEO. Tijdens de afscheidswedstrijd op het veld naast sporthal De Vennen wist hij in het shirt van DVC zelfs nog te scoren.

Overigens net als zoon Rover, die ook wat speelminuten mocht maken en uit een assist van Robert Stubbe voor WEO het doel wist te treffen. Toen was de wedstrijd allang geen wedstrijd meer, want nadat Niels Jansen de score had geopend, waren het Stef Jansen, Jeroen ten Have (3) en Benjamin Havik (2) geweest die de stand naar 7-0 hadden weten te tillen. Rody Bos scoorde vervolgens voor DVC dus de eretreffer. Uiteindelijk was het Teun Westerhuis die de eindstand op 9-1 bepaalde, maar over het resultaat maakte niemand zich druk. Er werd gedurende de 68 minuten durende wedstrijd gewisseld dat het een lieve lust was.

Zelfs Cor van der Laan van hoofdsponsor NIVI en tevens schoonvader van de afscheid nemende doelman, mocht nog komen opdraven. Net als Jayant Medema, de zoon van Jarno Medema en speler van DVC Appingedam (JO15-1). Hij mocht na een half uur de rol van Rody Bos overnemen bij WEO. En zo kwam er een einde aan een seizoen die Bos zich heel anders had voorgesteld, maar waar toch met tevredenheid op terug werd gekeken.

Ook door Jarno Oolders, die later toegaf dat hij na acht jaar met pijn in het hart het geel met zwart te moeten achterlaten vanwege een verhuizing naar Groningen. ‘Ik blijf wel voetballen, maar dan bij GRC Groningen. En als ik op zondag geen wedstrijd heb zal ik zeker in Woldendorp te vinden zijn’, liet hij zich ontvallen. Je zou hem een kind van de club kunnen noemen omdat hij zijn eerste schreden op de grasmat in Woldendorp zette. Een korte tussenstop in Siddeburen daargelaten, speelde hij daarna voor NEC Delfzijl en schopte het tot de hoofdklasse. Na zes jaar keerde hij terug bij WEO. ‘Ik werd er met open armen ontvangen. Het is tot nu toe de mooiste voetbaltijd van mijn leven geweest, veel geleerd en gelachen en dat bereikt wat ik wilde. Het plezier in het spelletje terugvinden.’

Jarno Medema herinnert zich van zijn Damster tijd de inbreng van trainers als Jan Martin Dijkstra, Dick van Streun, Jan Medema en Dick Lukkien. ‘Het is mooi om te zien waar het voetbal Lukkien heeft gebracht. Uiteraard kijk ik ook met veel plezier terug op het feit dat ik in de jeugd van Appingedam met jongens als Arnold Kruiswijk en Cuneyt Karakaya heb mogen spelen.’ Na Eems Boys volgde een verblijf bij De Pelikanen, een vervelende kruisbandblessure en werd na zijn herstel een belofte ingelost. Hij wilde nog een keer met goalgetter Dennis van Dijk in een elftal spelen en deed dat bij Poolster, waar ook Rody Bos zijn opwachting maakte. Na een jaar keerde hij terug bij DVC en toen duidelijk werd dat Bos, Dennis de Vries en Jan Vriemoedt naar WEO zouden gaan, maakte ook Medema die switch.

Na twee jaar vindt hij het nu welletjes. Medema is sinds kort in het bezit van het trainersdiploma UEFA C en wil zich op dat vlak verder ontwikkelen. Zijn zoon Jayant en dochter Shaila hebben het stokje van hem overgenomen, al zal Medema niet helemaal stoppen. ‘Lekker een beetje ballen in het vijfde van DVC en daarnaast de JO17-1 van de club trainen. Ik zal dus veel op de voetbalvelden zijn te vinden. Bij alle clubs waar ik gespeeld heb kom ik nog wel eens. Misschien kan ik er ooit nog eens trainer worden. Dat zou wel leuk zijn.’

Drie jaar geleden riep Jan Vriemoedt, de man met rugnummer 99, nog dat stoppen nooit een optie is geweest. Hij was toen 45 jaar en omdat de kop en het lijf elkaar nog konden vinden en hij zijn zoon vaker op de zaterdag wilde zin spelen, besloot hij het Damster voetbal te verruilen voor het geel en zwart van zondagclub WEO. Ook daar is nu een einde aan gekomen. Gezin, familie en vrienden komen op de eerste plaats. Daarna zal er altijd ruimte blijven om tegen een bal aan te trappen, maar dan daar waar het ooit voor hem is begonnen. Op het Wellemansportpark in Appingedam. Omdat het lijf en de kop elkaar nog steeds niet uit het oog zijn verloren.

En dan is er nog Daniël Boekee. De man die bij WEO aan het voetbal begon te ruiken, een paar keer met de Woldendorpers kampioen werd en vervolgens bij het toenmalige Eems Boys neerstreek. Via de Delfzijlster club keerde hij aanvankelijk terug, maar verkoos het toen om naar Holwierde te vertrekken dat in de eerste klasse speelde. En weer trok het geel met zwart hem terug naar Woldendorp, waarna hij bij Appingedam en het latere DVC ging spelen.

In 2018 keerde hij definitief terug bij WEO om daar zijn voetbalboek dus nu te sluiten. ‘Ik ben trots op de 170 goals die ik heb gemaakt, al had ik graag de magische grens van 200 aangetikt. Het hoogtepunt dat ik heb meegemaakt is nog altijd de kampioenswedstrijd tegen Wedde. Ik scoorde toen twee keer in de finale, die uiteindelijk na strafschoppen werd beslist. En dat onder het toeziend oog van zo’n duizend toeschouwers. Dat was echt kippenvel. Hoewel hij officieel afscheid heeft genomen, laat hij nog wel een duidelijke boodschap klinken. ‘Ik ben nog steeds lid van WEO, dus de tegenstanders zijn gewaarschuwd.’

Bafloër Jan Potma: ‘Urk was een hoogtepunt, dat had ik nooit willen missen’

Bafloër Jan Potma: ‘Urk was een hoogtepunt, dat had ik nooit willen missen’

Jan Potma uit Baflo leek zijn trainersloopbaan te hebben afgesloten. Enigszins onverwachts trok hij afgelopen seizoen de deur achter zich dicht bij het stad-Groninger Amicitia VMC. Potma blijft echter beschikbaar voor de ‘trainersmarkt’, maar kijkt het even aan. Op verzoek van EemsmondSport blikt hij terug op een rijk voetballeven en de dubbelrol in het leven van zijn zonen Jordy en Arjan, waarbij uiteraard ook wordt stilgestaan bij de terugkeer van Jordy naar Rood Zwart Baflo.

door Kees Bouma

Jan Potma werd in 1960 geboren in Harlingen en ging in Leeuwarden voor het eerst voetballen bij MKV ’29. Na de verhuizing met zijn ouders naar Delfzijl voetbalde hij bij Neptunia en later bij Farmsum, met onder meer Rudy Regensburg, Rolf Landman en Gerry van der Laan. Toen Jan Potma naar Kloosterburen verhuisde, ging hij daar voetballen met mannen als Han Bos, die hij een fantastische keeper’ vond, Martin Hofman, Jos Kornhorn en Wim Vos. Potma voetbalde ook nog bij FC LEO nadat hij met echtgenote Petra in Leens was gaan wonen. Daar trapte hij menig balletje met mannen als Bennie Batema, Dick Hoogakker en Jaap van der Ploeg. Potma: ‘Als voorhoedespeler scoorde ik regelmatig een goaltje. Vrije trappen waren mijn specialiteit, evenals inzicht en techniek. Ik had te weinig loopvermogen om de top te halen. Ik heb op het niveau van de tweede klasse gespeeld, waar destijds de eerste klasse het hoogste niveau was. Meer zat er niet in, Er waren spelers die veel beter dan mij waren.’

Wanneer besloot je trainer te worden?
‘Mijn vader was trainer bij diverse clubs en daardoor is er een vonk overgesprongen. Ik vond het superinteressant en ben mij er destijds in gaan verdiepen. Tijdens mijn opleiding als docent paste het ’trainer zijn’ er goed bij. De eerste cursus (TC3) heb ik bij Jan Teunissen gevolgd en TC2 bij Henk Bodewes. Daarna deed ik UEFA A, samen met Wim Bakering, Paul Raveneau en Johan Pitstra. We reisden iedere twee weken af naar Zeist. Het was veel werk en we maakten lange dagen, maar wat hadden we samen een plezier in de auto.’

Wat voor trainer was je?
‘Terugkijkend op mijn veertig jaar trainerschap realiseer ik me dat ik in de beginjaren veel minder goed kon relativeren. Ik wil altijd winnen. Soms moet je echter ook accepteren dat een ander team beter, tactisch slimmer of meer geluk afdwingt. Ik win nog steeds heel graag, maar weet ook dat voetbal een spel is waar we de maatschappelijke normen en waarden moeten accepteren. Daar zijn nog hele grote stappen in te maken. De meeste (top)voetballers en trainers zouden zich daar als voortrekkers of rolmodellen veel bewuster van moeten zijn. Ik ben een trainer die uitgaat van vertrouwen, vriendschap, zelfkennis en verbinding. Je neemt deel aan een groepsgebeuren en bent dus ook medeverantwoordelijk voor dat proces.’

De training voorbereiden en kijken of iets toepasbaar was, vond Potma senior altijd een uitdaging.  Daarna werd er teruggekeken en waar nodig aanpassingen in de training doorgevoerd. ‘De wedstrijddag vond ik iedere keer opnieuw fantastisch, ongeacht het resultaat. In mijn hoofd was ik de hele week de wedstrijd al aan het spelen. Mijn gevoel over de grootste kans op winnen bepaalde mijn tactiek. Beter een slechte wedstrijd winnen dan een goede wedstrijd verliezen. Ik denk dat ik tactisch redelijk sterk ben. Verder waren mijn selecties fysiek altijd in orde en kwamen spierblessures nauwelijks voor. Dat heeft met de trainingsvoorbereiding en de aanpak te maken.’

Je bent meerdere jaren trainer van je beide zoons geweest. Gaf het wel eens problemen of was het alleen maar prettig?
‘Terugkijkend vind ik het echt fantastisch. Van jongs af aan voetbalden we op het pleintje bij ons in de straat met zelfgemaakte doeltjes. Een half uur voor etenstijd speelde ik tegen de beide jongens. Zij vonden dat ook prachtig. Later trainde ik ze bij jeugdelftallen en ging ik ’s ochtends kijken bij wedstrijden. Als mijn eigen wedstrijd dat nog toe liet. Als trainer heb ik ze meegemaakt bij Lycurgus, Rood Zwart Baflo en Amicitia VMC. Uiteraard zijn ze het niet altijd met mij eens geweest en dat is goed. Ik vind dat zij een eigen mening moeten hebben. Dat is belangrijk in het leven. Dat hebben we ze thuis ook geleerd. Maar wel met respect voor de ander. Ik behandelde ze zoals ik iedere andere speler behandelde. Dat konden buitenstaanders soms niet begrijpen. Voor mij was dat het zuiverst. Jordy en Arjen hebben dat ook zo ervaren. Jordy speelt nu opnieuw bij RZB en Arjen mag helaas niet meer voetballen door kraakbeenletsel in zijn knie.’

Na vijf jaar SV Lycurgus was je daarna bij drie clubs maar maximaal één seizoen in dienst. Hoe verklaar je dat?
‘Ik heb twee keer mijn contract opgezegd omdat ik geen perspectief zag. In een ander geval was er geen sprake van chemie en dan is het beter om niet verder te gaan. Bij CVVB moest ik gaan vanwege mijn licentie. Handhaving in de eerste klasse was al fantastisch, na een onverwachte promotie met een compleet verjongd elftal. Daarna ben ik dus de UEFA A, het vroegere TC 1, gaan doen en heb bij Be Quick 1894 een jaar als assistent mijn stage gedaan.  Na Urk speelde de thuissituatie een belangrijke rol, evenals mijn werk als docent. Ik koos ervoor om in het VMBO te gaan werken in Winsum, daar waar ik eerder in het basisonderwijs in Haren had gewerkt.’

In de achterliggende decennia heb je heel wat clubs onder je hoede gehad. Op welke club kijk je het meest tevreden terug?
‘Dat zijn er toch echt veel. Be Quick, Urk, VEV ’67, CVVB, SV Lycurgus, Rood Zwart Baflo, Omlandia, Pelikanen, Neptunia, OKVC en SC Loppersum. Iedere vereniging heeft zo zijn charme en de tijdgeest speelt daarin ook een rol.  SV Lycurgus blijft voor mij een bijzondere club. In de eerste periode ben ik vijf jaar aan die club verbonden geweest. Prachtige mensen, met veel intrinsieke motivatie en veel onderling vertrouwen. Dan levert dat uiteindelijk iets moois op. Dat koester je. Veel contacten uit die tijd bestaan nog steeds. Rood Zwart Baflo is ook bijzonder. Kampioen worden in een ongelooflijk moeilijke klasse en het seizoen erop de promotie onterecht missen. Het zij zo. Met Jaap, Jacob en Klaas als staf? Dat was een leuk samenzijn. En Urk? Ja, dat was zeker een hoogtepunt. Dat had ik nooit willen missen.’

Was hoofdklasser Urk trainen een hoogte- of dieptepunt?
‘Een hoogtepunt. Ik had het nooit willen missen. Wat een beleving en wat een talent. Het zijn de mooie momenten, de sociale contacten en voetbalsituaties die mij mede hebben gevormd als trainer, maar vooral als mens. Daar heb ik ook ervaren dat een uitspraak ‘wie betaalt, die bepaalt’ de realiteit is. Als trainer vaar ik altijd mijn eigen koers. Daar wil ik wel van afwijken mits het aan mijn normen en waarden blijft voldoen. Ik ben helaas niet zo’n meeloper. Dat zullen velen beamen’, lacht de oefenmeester.

Heb je het verschil tussen een dorps- en een stadsclub duidelijk ervaren?
‘Het voetbal is sinds de coronatijd veranderd. Goede spelers willen met hun vrienden voetballen en je ziet de afgelopen jaren dan ook veel vriendenteams opkomen. Het voordeel van een dorpsclub is dat het hele dorp achter de club staat. Iedereen doet wel iets bij of voor de club. De toeschouwersaantallen zijn veelzeggend op dit gebied. Een stadse club neemt nauwelijks nog publiek mee.’

Over stadse clubs gesproken. Je bent vrij plotseling vertrokken bij Amicitia VMC. Wat was de reden van je vertrek?
‘Bij Amicitia VMC heerste een perfecte sfeer, maar alle spelers van het eerste elftal stopten. Een deel wenste als vriendenteam lager te spelen, omdat ze minder wilden trainen. Andere spelers zijn toen ook rond gaan kijken. Pas op de deadline van de overschrijving heb ik besloten te stoppen, omdat er niet genoeg spelers overbleven om de doelstelling te realiseren. Een selectie moet concurrerend zijn en maximaal willen trainen.’

Wat ga je nu doen op voetbalgebied?
‘Op dit moment heb ik geen plannen, ondanks dat er al een club heeft gebeld. Ik wil het even afwachten, maar in het voetbal kan het snel gaan. Vooralsnog ben ik thuis aan het verbouwen en dat kost ook tijd. Bovendien komt er ook een vakantie aan en daar kijk ik naar uit. Het afgelopen jaar heeft er wel ingehakt. Er hebben zeven verschillende spelers op de goal gestaan bij Amicitia VMC omdat er een keeper ontbrak. De leiders Dennis en Rob hebben velen moeten bellen om mogelijk aan te sluiten bij het eerste elftal. Het is een hele prestatie dat we in de vierde klasse zijn gebleven.’

Wat zijn de beste vijf spelers die je getraind hebt?
‘René van der Duin
(De Pelikanen): Een slangenmens, bescheiden voetballer/mens, technisch en tactisch uitstekend. Hij maakte soms acties waarvoor je wel moest gaan staan en applaudisseren.
Jelle Loosman(Urk): Een geweldige motivator, keiharde controleur/verdediger, onverzettelijk, voorbeeldige inzet tijdens training en wedstrijd en een echte aanvoerder.
Gijs LokhorstVEV ’67): Een veel scorende spits, lastige tegenstander, geslepen, tactisch sterk en gewiekst in het strafschopgebied. Hij wist vele strafschoppen te versieren.’
Martin de Vries (VEV ’67): Formidabele techniek, groot tactisch inzicht, echte spelverdeler en een harde werker. Hij had meer uit zijn amateurcarrière kunnen halen.
Harrie Heersema(Omlandia): Een enfant terrible met een 110 procent wedstrijdinzet en 90 procent op de training. Speelde altijd op de rand van het toelaatbare en had een neusje voor de goal. Het was een veel scorende spits en lastig voor tegenstander. En niet te vergeten, hij was belangrijk in de gezellige derde helft.’

Hoe belangrijk was een elftalleider voor jou? Beschrijf eens eentje waar je prettig mee samengewerkt hebt?
‘Ik heb het geluk gehad dat ik bijna altijd bijzondere leiders of teammanagers mee mocht maken. Nooit ruzie gehad met een leider en in de meeste situaties altijd contact onderhouden in de jaren erna. Soms is het wel iets verwaterd, maar toch… De meeste elftalleiders die ik mee mocht maken, hadden alles voor elkaar en regelden de randzaken er om heen. Daardoor kon ik mij focussen op het voetbaldeel. Bert Noordhof De (Pelikanen), Jaap en Jacob (RZB), Piet (Omlandia) en Bert (VEV ’67) zijn zomaar een paar namen.’

De meest opvallende leiders waren volgens Potma;
Peter de Poel (Lycurgus): Gedreven, liet niets aan het toeval over. Een fijne kerel met het hart op de goede plaats, had alles over voor ‘zijn’ spelers en toonde zich een prima organisator.
Bennie Berghuis (Noordwolde): Een fijn en integer mens, punctueel, duidelijk, organisatie honderd procent, altijd aanwezig en alles perfect geregeld. Iemand die altijd rustig blijft.
Johan Post (Urk): Een fantastische kerel, betrouwbaar, goede organisator, bijzonder betrokken en emotioneel. Een echte winnaar.

Potma heeft ook nog andere hobby’s buiten het voetbal zoals klussen, vissen, een film kijken, planten stekken en lezen. Zijn mooiste boeken zijn: ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman, ‘Achtstegroepers huilen niet’ van Jacques Vriens en ‘Misschien wisten zij alles’ van Toon Tellegen.  Potma heeft nog niet het volle vertrouwen in een snelle terugkeer van FC Groningen naar de eredivisie, maar toont veel vertrouwen in Dick Lukkien. ’Ik hoop van harte dat ze terugkomen op het niveau waar de FC hoort te spelen. Tot op heden ben ik echter nog niet gecharmeerd van de aankopen. Ik vrees dat het scorend vermogen met name vanuit de buitenkanten ontbreekt. Maar wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.’

Wil je nog iets kwijt?
‘Ja, over Jacob Boekweg. Wedstrijdsecretaris van SV Lycurgus. Een gedreven en uitzonderlijk mens. Heb ik nog altijd contact mee. Jacob is het cement tussen de stenen en SV Lycurgus heeft met hem een topper in huis. Ik heb veel respect voor hem en weet dat hij een voorbeeld is van hoe je als mens sociaal kan omgaan met je medemens. Petje af. Iedere vereniging heeft of wenst zich zo’n persoon.’

En dan komt het verhaal automatisch uit bij een van de inmiddels even aangestipte voetballende zoons van de oefenmeester.  Jordy Potma weet wat het is om je vader als trainer te hebben. Niet erg gebruikelijk en dus luidt de eerste vraag hoe hij dat heeft ervaren. ‘Naast het trainingsveld is hij mijn vader. Maar tijdens de wedstrijden en trainingen was hij trainer/coach en ik een van zijn spelers. Zo heb ik het ook altijd beleefd en ervaren. Hij is een trainer, die geen onderscheid maakt en een duidelijke visie heeft op voetbal. Dit heb ik zelf als erg prettig ervaren. De mooiste periode was voor mij het kampioenschap in seizoen 2017/2018 met Rood Zwart Baflo. We hebben toen clubhistorie geschreven en wat ik erg speciaal vond is dat wij met zijn drieën hier een steentje aan bij hebben mogen dragen.’

Werd er onder de douche wel eens gemopperd over de trainer? En wat voor gevoel gaf jou dat? 
‘Tuurlijk, dat hoort zo. Sport is emotie voor spelers en staf. Het is voor een trainer altijd lastig om alle selectiespelers tevreden te houden. Dat gaat je ook echt niet lukken. Je kunt er tenslotte maar elf opstellen. Maar een kracht van mijn vader is, dat hij zich altijd zelf de waaromvraag stelde en daarmee spelers kon uitleggen waarom iemand niet speelde. Hij hield hierin altijd rekening met de vraag welke kwaliteiten het team nodig had om zo goed mogelijk te kunnen presteren. Je kijkt hierin naar het team betreffende linies, posities en individuele kwaliteiten. Het gaat tenslotte om het winnen.’

Wat zijn de sterke punten van je vader als trainer? 
‘Hij is tactisch sterk, betrokken, empathisch en pedagogisch onderlegd.’

Jij gaat weer naar RZ Baflo. Wat zijn je ambities en verwachtingen? 
‘Ja, ik keer terug op het oude nest en heb er veel zin in. Ik heb het gevoel dat ik er word gewaardeerd en zeg nu zelf, wat is er mooier dan voor je eigen dorp uitkomen. Een persoonlijke ambitie van mij is RZB in de 4e klasse weten te behouden. Ik heb het gevoel dat de selectie, staf en supporters zich inmiddels wel realiseren dat er komend seizoen uit een ander vaatje getapt moet worden.  Dat geeft mij energie en vertrouwen en daarom zet ik deze stap. Ik hoop vanuit mijn routine een bijdrage te kunnen leveren aan de prestaties van het team en de jongere spelers op een positieve manier te kunnen beïnvloeden in het beter leren voetballen.

De klasse waarin RZ Baflo zal acteren, is er niet zwakker op geworden door de komst van ploegen zoals NEC Delfzijl en Omlandia. Jordy Potma verwacht dat NEC Delfzijl, Holwierde, Middelstum en DVC Appingedam bovenin zullen meedraaien. ‘Maar tenslotte kan iedereen van iedereen winnen. Winnen is meedoen, verliezen is achter de feiten aanhobbelen. Ik kijk uit naar de mooie wedstrijden die ongetwijfeld zullen volgen.’

De kans is vrij groot dat vader Jan een van de aandachtige toeschouwers zal zijn op het Bafloër sportpark. Enerzijds omdat zijn liefde voor het spelletje er nog steeds is, anderzijds vanwege het feit dat hij met veel meer dan het oog van een trotse ouder naar de verrichtingen van zijn zoon zal kijken. En ongetwijfeld met en gezonde, kritische blik naar de club die hij drie jaar onder zijn hoede heeft gehad.

Usquert maakt zich op voor 55e editie Rondom de Bult

Usquert maakt zich op voor 55e editie Rondom de Bult

Het bestuur van de Stichting Wielercomité Usquert organiseert dit jaar voor de 55e keer de jaarlijkse wielerronde ‘Rondom de Bult van Usquert.’ De regio mag er trots op zijn, dat het de organisatie ieder jaar weer lukt om vele wielerliefhebbers een prachtige dag te bezorgen. Of dat nou als deelnemer of als toeschouwer is. De ronde wordt dit jaar op zondag 23 juli gehouden.

Het wielerspektakel begint om 13.00 uur met het criterium voor vrouwen elite, beloften, amateurs en junioren over een afstand van 50 kilometer. Alle organiserende verenigingen en/of organisaties merken dat het deelnemersveld bij de vrouwen zeer beperkt is. Op verschillende plaatsen heeft dit zelfs geleid tot het annuleren van de dameskoers. Ook in Usquert zal men merken dat het deelnemersveld bij de vrouwen mager is te noemen. ‘Op dit moment hebben zich  voor de koers in Usquert nog maar ruim twintig dames aangemeld. We hopen dat er deze en de komende week nog wat bij gaat komen’, hoopt Klaas Smith van het wielercomité. Namen die zich tot dusverre hebben aangemeld zijn: Wendy Oosterwoud (Borne), Marit Cent (Goor), Iris Schultinga (Zuidlaren) Fleur Smith (Groningen),  Minou Hegge (Kloosterburen) en voormalig Danielle Venema. Zij komt uit Uithuizen, maar woont tegenwoordig in Sittard. Om 15.00 uur start het criterium voor mannen elite, beloften, amateurs en professionals B. Zij leggen in totaal 80 kilometer af. Hiervoor hebben zich tot dusverre zo’n vijftig mannen aangemeld. Onder hen bevinden zich toppers als Bjorn Bakker (Wijnjewoude), Aden Paterson (Assen), Mark Prinsen (Heerenveen), Karsten Veen (Westerlee), Stef Krul (Tjalleberd), Ronald Kruijer (Donkerbroek), Henk Bos (Drachten), Adne Koster (Roden) en Sven de Haan (Zuidlaren). Verder zal Adrie Lindeman met Hideyuki Takagi Usquert aandoen. In hun kielzog nemen ze drie of vier Japanse renners mee.

Ria van Kooten en Alje Boer erelid voetbalclub Poolster

Ria van Kooten en Alje Boer erelid voetbalclub Poolster

Voetbalvereniging Poolster uit Spijk heeft er twee nieuwe ereleden bij. Die benoeming viel namelijk ten deel aan Ria van Kooten en Alje Boer. De huldiging van het tweetal vond plaats tijdens het onlangs gehouden jubileumfeest van de Spiekster voetbalvereniging op sportpark Oldencate. Voorzitter Hendrik Moesker gaf een toelichting op het besluit om hen het erelidmaatschap toe te kennen. De totaal verbouwereerde nieuwe ereleden namen een oorkonde, een glazen erelid-standaard en een bos bloemen in ontvangst.

Alje Boer begon met ‘Ten Poster voetbalbloed’ bij SV TEO en kwam uiteindelijk naar Spijk. Poolster werd ‘het cluppie’ van hem en zijn vrouw Tonny. Hoewel hij ook zelf voetbalde, was Boer vooral actief en geïnteresseerd in de jeugd. Hij nam de rol van jeugdvoorzitter op zich en trad toe tot het bestuur. Hij was enthousiast en straalde dat af op anderen. Hij was altijd aanwezig, ook bij verre uitwedstrijden van jeugdteams. Ook de fluit werd door Boer wekelijks gehanteerd, of het nu een wedstrijd van de junioren was of van een seniorenteam. Hij werd op zeker moment penningmeester van de vereniging en wist er vooral voor te zorgen dat er nagenoeg geen achterstanden waren op het gebied van de contributie. Na bijna twintig jaar trad hij af als bestuurslid, maar bleef op verschillende fronten hand- en spandiensten verlenen. Dat doet hij nog steeds en hoewel de familie Boer inmiddels in Delfzijl woont, worden de verrichtingen van de geelzwarten nog altijd op de voet gevolgd.

Ria van Kooten heeft ontelbaar veel werk voor Poolster verricht en is er nog steeds actief. Vanaf het begin was ze als jeugdleider van de pupillen actief. Jarenlang was ze aan de zijlijn te vinden om de jongste leden op een leuke manier kennis te laten maken met de voetbalsport. Volgens Moesker is ze ‘een ware kartrekker’ en veel op de club te vinden. Ze was nooit te beroerd om in te springen als er mensen nodig waren, ook al was het lastminute. Ria van Kooten was ruim dertien jaar bestuurslid en hanteerde daarvan vier jaar de voorzittershamer.

De beide ereleden zijn behoorlijk onder de indruk van het gebeurde. Alje Boer: ‘Soms gebeuren er dingen in je leven die je zelf niet in de hand hebt, maar heel erg kunt waarderen. Dit was zo’n moment. Ik ging naar de jubileumavond in verband met het 90-jarig bestaan van de club om een feestje te bouwen. Het werd uiteindelijk een dubbel feestje. Mijn vrouw en ik zijn er heel blij mee en de vereniging hiervoor erg dankbaar. Poolster kenmerkt zich door zijn sociale en verbindende karakter met dorp en inwoners. En zo moet het altijd blijven, al is op sportief vlak het hoogst haalbare nastreven uiteraard belangrijk.’

Ria van Kooten laat zich in soortgelijke bewoordingen uit. ‘Je rekent er totaal niet op. Ook omdat je het vrijwilligerswerk uit liefde voor de club doet. Het is een hele eer om deze benoeming te mogen ontvangen. Ik hoop dat ik nog jaren iets voor de club kan betekenen.’ Dat zit wel goed, want het kersverse erelid draait nog altijd kantinediensten, zit in de activiteitencommissie, had nogal wat bemoeienissen met de activiteiten rondom het jubileum en is ook nauw betrokken bij de aanstaande heropening van het vernieuwde sportpark. ‘We blijven bezig’, vertelt ze.

Op de vraag waarom iemand vrijwilliger zou moeten worden, antwoordt Alje Boer; ‘Je moet samen met je partner iets zoeken wat je leuk vindt en er dan ook voor gaan. Belangrijk is daarbij is dat je altijd je gevoel volgt.’ Zo staat ook Ria van Kooten er in. ‘Iedere club heeft vrijwilligers nodig. Zonder hen houdt en vereniging op te bestaan. Doen waar je je goed bij voelt en vervolgens zien hoe mensen genieten. Gelukkig zijn er ook jonge mensen die opstaan. Zo hebben wij vrijwilligers van verschillende leeftijden die elkaar goed aanvoelen en aanvullen. Daar mag je als club heel dankbaar voor zijn’, voegt Ria van Kooten-Buitenwerf er aan toe (foto: Angela Flikkema).

 

BMX-er Luca de Rooy zevende op EK in Frankrijk

BMX-er Luca de Rooy zevende op EK in Frankrijk

Luca de Rooy uit Zeerijp is als zevende geëindigd op de EK voor BMX-ers in het Franse Besançon. Een knappe prestatie van de elfjarige Noord-Groninger, die zondag de grote finale wist te halen. Het podium moest hij echter aan zich voorbij laten gaan.  

Woensdag vertrok de jonge Riepster samen met zijn vader richting Frankrijk. Om vier uur in de ochtend werd er een begin gemaakt met de rit vanuit Noortd-Groningen. Ze arriveerden rond de klok van drie uur bij de baan in Besançon. Daar moest het dan uiteindelijk gebeuren. Eerst was het tijd voor ontspanning. Het appartement werd opgezocht en na een goede nachtrust verkenden ze Besançon. Donderdagavond was de eerste landentraining en de 11-jarige was positief over de baan en over het verloop van zijn training. Vrijdagochtend mochten de Nederlandse rijders nog een keer trainen op de baan. Het gevoel was daarbij goed. Daarna konden de EK-gangers even rustig aan doen en kon er op relaxte wijze naar de wedstrijden van zondag worden toegeleefd. Uiteraard werden vooraf de verrichtingen van de andere bmx-ers gevolgd.

Uiteindelijk was het dan zo ver. Strijden tussen maar liefst 98 leeftijdsgenoten om een plekje in de finale te bemachtigen, want daar draait het om wanneer je meedoet aan de Europese kampioenschappen. Voordat je een finaleronde ingaat, moet je je eerst kwalificeren. Van de 98 rijders in de leeftijd van elf jaar, gingen de beste 64 rijders door naar de achtste finaleronde. Luca de Rooy wist in de moto’s twee keer tweede te worden en de laatste moto eindige hij als nummer vier. Een achtste finaleplek had hij daarmee bemachtigd. In de achtste finale fietste de gretige De Rooy als derde over de finishlijn. Daarna wachtte de kwartfinale en daarmee was de druk weer wat opgevoerd. De eerste vier per kwartfinale zouden naar de volgende ronde doorstomen. Luca de Rooy mocht vanaf de eerste startplek goed weg zien te komen. Een plaats aan de binnenkant met de andere deelnemers links naast hem. Hij kwam goed weg, maar zat meteen in de verdrukking. Vanuit het achterveld vocht hij zich terug naar de vierde plaats en leek zelfs nog de derde plaats binnen bereik te hebben. Dat lukte niet, maar zijn plek in de halve finale had hij te pakken. ‘Wow, je hoort gewoon bij de beste zestien van Europa’, klonk het in huize De Rooy in Zeerijp. Daar keken de beide broers en hun moeder namelijk mee via een livestream.

De halve finale was wel even een dingetje. Bij de beste vier eindigen betekende namelijk dat de finale het klapstuk van de dag zou worden.  De start was goed vanaf plek vier, in het midden van het deelnemersveld. Hij zat even klem tussen de andere snelle bmx-ers, maakte vervolgens een geniale eerste bocht en wist tot aan de de finish het gevecht vol te houden en als vierde over de streep te komen. Langs de baan en thuis waren er ven wat emotionele momenten, want het is natuurlijk niet niks om tussen al die razendsnelle toppers in de grande finale te mogen staan. Samen met een Fransman, drie Belgen, een Duitser en nog een Nederlandse leeftijdsgenoot mocht hij vervolgens kijken hoe ver hij zou weten te komen. Vanaf de zevende startplek werd een prima rit gereden, maar meer dan die zevende plek zou het niet gaan worden. Hij had misschien wel meer gewild, maar hoefde zich nergens voor te schamen. In het grote geweld had hij namelijk wel tientallen leeftijdsgenoten achter zich gelaten. Er heerste na afloop alleen maar tevredenheid over het behaalde resultaat, zowel in Frankrijk als in Zeerijp. Tijd om er lang bij stil te staan is er niet. Volgende maand reist men af naar Glasgow, waar de wereldkampioenschappen op het programma staan. Dan is het gzelschap uit Zeerijp wat breder vertegenwoordigd, omdat naast Luca de Rooy ook zijn broers Dino en Milan dan van de partij zullen zijn.

Klaas van der Ploeg vraagt maximale van zichzelf en spelers

Klaas van der Ploeg vraagt maximale van zichzelf en spelers

Voetbaltrainer Klaas van der Ploeg is een druk bezet man. Hij was de afgelopen vier seizoenen als hoofdtrainer verbonden aan vijfdeklasser Eenrum, begeleid jeugdtrainers en jeugdleiders en volgde een opleiding HJO Voetbalkadercoach. Sport maakt derhalve een belangrijk deel uit van zijn dagelijkse leven, waarin hij meer dan vier decennia engineer en manager is geweest bij ’s lands grootste ‘gloeilampenfabriek.’ Komend seizoen keert hij terug op het sportpark waar het voor hem als speler allemaal is begonnen. Dan neemt hij namelijk Noordpool UFC onder zijn hoede. Een vereniging waar het de laatste tijd nogal rommelde. Met de komst van de Winsumer oefenmeester hoopt de club weer in rustiger vaarwater te belanden.

Klaas van der Ploeg heeft in het verleden heel wat verenigingen mogen trainen en coachen. Tien seizoenen Corenos vormen daarbij wel de hoofdmoot. Er waren echter ook clubs als Aduard 2000, het Leenster FC LEO, Stedum en het inmiddels gefuseerde Hunsingo uit zijn woonplaats Winsum. Ooit was hij een seizoen als trainer aan de vrouwen van het stad-Groninger Oranje Nassau verbonden. Hij begon echter bij de geelzwarten in Uithuizen, waar hij vanaf de jongste jeugd tot en met het eerste elftal als keeper actief was. voor Noordpool UFC en verkaste in 1984 naar Hunsingo, de club uit zijn woonplaats Winsum. Daar besloot hij na acht jaar onder de lat bewust om er mee te stoppen en zich op het trainersvak te storten.

‘De liefde voor het geven van trainingen zat er bij mij al vroeg in. Bij Noordpool UFC werd ik op mijn zestiende door toenmalig jeugdvoorzitter Pieter Heun gevraagd om jeugdleider en trainer te worden. Naast het zelf spelen deed ik dat altijd met veel plezier. De ambitie werd door de jaren heen alleen maar groter om daar meer mee te doen en uiteindelijk hoofdtrainer te worden.’ Klaas van der Ploeg stopte met actief spelen toen hij dertig jaar was. Hij fungeerde twee jaar lang als hoofdjeugdtrainer bij Hunsingo, behaalde op zeker moment het diploma Oefenmeester 2 en kreeg in 1994 bij Corenos de kans om hoofdtrainer te worden. Die mogelijkheid greep hij met beide handen aan.

Zoals reeds gememoreerd bleef de Roodeschoolster club hem lang trekken. In totaal was hij er drie periodes actief. De start kenmerkte zich door een moeizaam seizoen met overwegend ervaren spelers. Een jaar later werd de verjonging ingezet en kwamen spelers als Bart Moes, Siert Brontsema, Jan en Erik Zuidema en Dennis Pieterman over. ‘De klik was er en de prestaties ook. Ondanks dat we echter periodes wisten te pakken, bleef promotie uit’, herinnert Van der Ploeg zich. In 2005 dook de oefenmeester andermaal in Roodeschool op. Toenmalig trainer Jan Postma was ziek en de Winsumer zou hem en paar weken vervangen. ‘Het voelde heel erg vertrouwd om na zes jaar weer even terug te zijn, ondanks dat ik er voor mezelf een jaar tussenuit wilde. Jan bleef helaas ziek en uiteindelijk werd mij gevraagd om te blijven. We misten dat jaar promotie naar de tweede klasse doordat we in de nacompetitie van VHK verloren.’ In 2009 werd hij voor de derde keer gehaald, die periode werd met wisselend succes afgesloten.

In het seizoen 2019/2020 kwam hij naar Eenrum, waar hij ondanks de magere resultaten vier jaar zou blijven. En nu keert hij dus terug bij de club waar hij zijn eerste schreden op het voetbalveld zette. ‘Ik beleef er nog altijd veel plezier aan om met een groep op het veld te staan en dus was ik nog steeds beschikbaar.’ Toen Noordpool UFC bij hem aanklopte besloot hij uiteindelijk toe te happen. Over wat hij met de geelzwarten wil bereiken, zegt de Winsumer: ‘Ik vraag van mezelf en de spelers om het maximale van de eigen mogelijkheden er uit te halen. Die combinatie van factoren moeten in Uithuizen ook werken. We willen in eerste instantie rust en spelvreugde in het team terugbrengen. Daar moet eerst aan gewerkt worden. Vanuit hier proberen we zowel individueel als in teamverband op technisch, tactisch en mentaal vlak de zaken te verbeteren. Afhankelijk van het niveau en de gemiddelde leeftijd van de selectie kun je grote stappen maken, maar soms ook slechts kleine stapjes. Een belangrijke rol voor de trainer hierin is dat hij realistisch blijft, maar de uitdaging wel durft aan te gaan. Met welke selectie we dat komend seizoen gaan doen zien we dan wel weer.’

Een spelersgroep die overigens wat gaten vertoont, want sommige geelzwarten zijn naar andere verenigingen vertrokken, die overigens allemaal een trapje hoger spelen dan Noordpool UFC. Sam Doornbos Clevering zoekt zijn heil in Middelstum, Mark Bos en Jarno van Ellen hebben eveneens promotie gemaakt. Zij gaan komend seizoen voor buurman ZEC uit Zandeweer spelen en Yur Oosterhof trekt het shirt van Corenos om zijn schouders. Van der Ploeg: ‘Tja, ik kan daar niet zoveel mee. Uiteindelijk moet je het met de spelers doen die op de ledenlijst staan. Dat spelers vertrekken? Tegenwoordig zie je het niet alleen in de voetballerij dat kleine botsingen tussen anders denkenden tot grote meningsverschillen kunnen leiden met uiteenlopende gevolgen. Voetballers kiezen er dan voor om het bij een andere vereniging te zoeken. Dat is jammer, want ik ben van mening dat je elkaars standpunt dient te respecteren. Ook als het niet de jouwe is. Daarnaast is het zaak dat je vooral met elkaar in gesprek moet blijven. Vluchten en alleen maar aan jezelf denken is lekker gemakkelijk. Ook als trainer zal je hierin mee moeten bewegen. Het is voor iedere betrokkene belangrijk dat het team centraal wordt gezet.’

Voor het komende seizoen heeft Noordpool UFC zich in ieder geval weten te versterken met Jarickson Saragoza. De middenvelder, die ook aanvallend zijn mannetje staat, begon zijn voetbalcarrière in Uithuizen. Via vv Winsum kwam Saragoza in het Duitse voetbal terecht. Hij besloot op zeker moment namelijk naar Germania Leer te verkassen. Binnenkort kan men hem weer op de Noord-Groninger velden tegen het lijf lopen.

Op de vraag of Noordpool UFC voor hem het eindpunt wordt met betrekking tot zijn loopbaan als trainer, zegt Klaas van der Ploeg: ‘De cirkel zou natuurlijk wel mooi rond zijn, maar ik maak altijd in december de afweging of ik nog beschikbaar ben voor een volgend seizoen. Waar dat dan ook mag zijn. Ik denk niet aan de verre toekomst of een laatste kunstje.’ Voorzitter Marcel Dob van de Uithuizer vereniging omschrijft Klaas van der Ploeg als ‘een rustige trainer met veel ervaring die weet hoe hij met jonge selecties moet omgaan.’ Met deze trainer hoopt Noordpool UFC weer rust te creëren binnen de club en in het bijzonder de selectie. Dob: ‘Ik ben er van overtuigd dat dit absoluut vruchten gaat afwerpen en dat we een heel mooi voetbaljaar tegemoet gaan. Op die manier kunnen we het afgelopen seizoen snel vergeten.’