nov 4. 2025 | Atletiek
Een delegatie van tweeëndertig atleten uit Bedum van de Loopgroep Bedum en Loopsportvereniging Havabe was afgelopen weekeinde aanwezig op Terschelling om deel te nemen aan de achtentwintigste editie van de Berenloop. Het evenement werd in 1997 als ‘Barentsz Berenloop’ oorspronkelijk bedacht als eenmalige wedstrijd ter afsluiting van themajaar ‘400 jaar Willem Barentsz.’ Ooit begon men met 800 lopers. Dat aantal is inmiddels uitgegroeid tot 2000 op zaterdag en op zondag een totaal van 5250 deelnemers.
De hoofdafstand, de hele marathon (42,2 kilometer) maakte een ronde langs alle dorpen van het eiland en ging via de Boschplaat naar het strand bij Midsland aan Zee. Het stuk strand van 3,5 kilometer dient vaak als scherprechter in de wedstrijd. De weersomstandigheden waren prima op een regenbui aan het eind van de marathon na. Van de delegatie uit Bedum namen vier atleten deel aan de hele marathon. Rinze Kramer was de snelste van hen met een keurige tijd van 3.43.34 uur, gevolgd door Melle van der Meer met 4.03.05 uur en Mara Kuipers in 4.36.57 uur. Kuipers besliste pas last minute om deel te nemen. Tamme Beenes moest de race voortijdig beëindigen.
Op de halve marathon was Wilco Huiskens de snelste Bedumer met 1.29.55 uur. Hij kwam daarmee voor het eerst onder de 1.30 uur. Ook Eva Toebak liep, samen met Cor Klomp, naar een nieuwe beste tijd en wel in 1.59.27 uur. Niels van Haag klokte zijn rapste tijd tot nu toe (1.43.13 uur). Nienke Cramer debuteerde in 1.58.02 uur, net als Lisanne Huiskens (2.15.41 uur). De resultaten van de overige Bedumers op deze afstand: Chris (1.33.29 uur), Simon (1.44.57 uur) en Inge Ruigendijk (1.55.32 uur), Dirk Zwakenberg (1.39.46 uur), Bert Bolhuis (1.58.55 uur), Carla Dijkstra (2.02.31 uur), Peter van der Hulst (2.05.23 uur), Cora Poelman (2.08.59 uur), Rieka Rieffers (2.17.35 uur) en Heino Pot samen met Henk Schuitema in 2.17.10 uur.
Op zaterdag werd in de stromende regen ‘Kleintje Berenloop’ gelopen. De vele toeschouwers sleepten de deelnemers er doorheen. Op de tien kilometer was Alwin Kruijt Spanjer de snelste met 48.33 minuten, gevolgd door Jaap Klunder in 53.38 minuten, Trea Kuipers in 58.16 minuten, Arianne Hooghuis in 1.00.16 uur, Wilco Huiskens samen met Margaretha van der Meer in 1.02.21 uur, Irene Wigboldus in 1.02.29 uur, Sander de Vries in 1.02.34 uur, Robert van Dijken in 1.04.48 uur, Elly Hoorn in 1.05.30 uur, Esmee Diemer in 1.14.31 uur, Miranda Dijk in 1.06.06 uur, Wineke Snippe samen met Thom Snijder in 1.11.14 uur. De alternatieve vijf kilometer werd gelopen door Cor en Ilse Klomp in 33.59 minuten en Erna en Daniëlle Klomp in 34.04 minuten. Rieta van Heuveln noteerde 34.45 minuten en Marrianne Zwarts kwam over de streep in 37.02 minuten. Op bovenstaande foto van Jaap Klunder een groot gedeelte van de Bedumer selectie voor de start op zondag.
nov 4. 2025 | Achtergrond
En ja hoor, daar waren ze weer. De schreeuwerds, de betweters, de ik waai met alle winden mee-supporters met daartussen de mensen die voor het voetbal naar het veld zijn gekomen. Of gewoon lekker slap langs de lijn staan te ouwehoeren over van alles en nog wat. Omdat er op het speelveld niet bijzonder veel gebeurt. Het sportpark Tuikwerd is de thuisbasis van vijfdeklasser Farmsum. En of je nou een goede voetballer bent of een doorsnee toeschouwer, de sfeer is er altijd. Zelfs als het een keer op zondag niet loopt zoals de voetbalfan het in gedachten had. Zijn favorieten onderuit gaan en het programmaboekje net het verkeerde nummer had om een dikke rollade mee naar huis te mogen nemen.
Een middagje Farmsum behoort meer dan eens tot mijn zondagmiddagritueel. De auto parkeren ter hoogte van Veld Twij en de veertien gouden regels van Johan Cruijff. Je telkens weer verbazen over de hoeveelheid voetbalschoenen die er in de bomen voor het clubgebouw hangen. Ik ben wat aan de late kant, dus loop ik meteen richting speelveld. De muziek klinkt uit de speakers als ik onder de welkomstboog door loop. Rondom het veld, waarvan het gras eigenlijk te hoog staat, ligt een nieuw en verbreed tegelpad zodat ook rolstoelgebruikers zich gemakkelijk tussen de supporters kunnen begeven. Bij de ingang zit Jannie te wachten. De vrouw die ooit moeke Farmsum werd genoemd, verkoopt de programmaboekjes. En als ze daarmee klaar is, vliegt ze als een volleerde persmuskiet van hot naar her langs het veld om plaatjes te maken. Niet zelden roept ze na een mooie actie in mijn richting; ‘Hest hom d’r ook op stoan?’ Terwijl de acteurs hun best doen om zich als echte profs in het bleke najaarszonnetje warm te lopen, zoek ik de blik van de Farmsumer teammanager. Of ik iets van hem moet hebben. De grijns is veelzeggend, want het antwoord is bekend. Hij is de man van het wedstrijdformulier. Twee minuten later trilt mijn telefoon. De appjes met alle spelersgegevens van die middag zijn binnen. Het duimpje omhoog veelzeggend. Langs de lijn tref ik de mensen die wel vaker bij Farmsum opduiken. Waaronder Henk. Hij moet altijd even een praatje maken. Als de wedstrijd tien minuten bezig is, heeft Henk zijn analyse al klaar. Weet hij precies wat er aan schort bij de teams. ‘Weet je, vroeger was de voetballer de baas op het veld. Nu is de bal dat’, grinnikt hij. Henk wil er maar mee aangeven dat de balvastheid aan beide kanten nogal wat te wensen overlaat.
Op zeker moment krijgt een speler van tegenstander Bellingwolde rood. Op advies van de grensrechter van Farmsum. De supporters van de gasten laten verbaal merken wat ze van die actie denken. ‘Dat kin toch heulemoal nait doe dikke kounavvel’, wordt er geroepen. Ze vragen zich hardop af waar die ‘oape’ van een scheidsrechter vandaan komt. Dat hij de fluit beter maar ergens in een boom kan hangen. Vijf minuten later is het weer een geweldige arbiter als de man in het zwart een beslissing in hun voordeel neemt. Duurt ook niet lang, want bij de volgende prent voor de bezoekers slingeren ze hem weer van alles naar het hoofd.
Het rustsignaal klinkt. Ik begeef mij richting kantine, waar de geur van gehaktballen je tegemoet komt. In de bestuurskamer van de club zitten gek genoeg zelden mensen van een tegenpartij. Wel de met de club vergroeide ras-Farmsumers Wim en Wim. ‘Mooi dat je er weer bent’, zegt de een terwijl de ander me een kop koffie toeschuift. Er wordt nagepraat over de eerste helft en allerlei andere dingen in het dagelijkse leven. Volgend jaar viert Farmsum het 75-jarig bestaan. De voetbalgeschiedenis van Farmsum begon met de oprichting in 1931, vlak na de oorlog fuseerde men met de Delfzijlster Voetbalvereniging (DVV) en ontstond vv Neptunia. De samenwerking duurde zes jaar. In 1951 werd vv Farmsum opnieuw opgericht, maar nu onder de eigen naam. Ik beloof de heren dat we zeker op de geschiedenis van de club terug zullen komen. ‘Dan zal ik alvast wat historisch materiaal opzoeken’, zegt Wim Groeneveld. Er is nog tijd genoeg. Niet voor mij, want ik moet terug naar het veld. En dat is een behoorlijk eindje lopen. In de tweede helft wordt al snel duidelijk dat Farmsum uit het overbekende andere vaatje is gaan tappen. Bellingwolde moet terug en krijgt drie treffers om de oren.
De gasten druipen na het laatste fluitsignaal gefrustreerd en teleurgesteld af. Ze mopperen nog een hele tijd door over die rode kaart. Zijn er stellig van overtuigd dat de arbiter een fout heeft gemaakt. Omdat mijn kennis over de spelregels ook niet zo ver gaat, leg ik mijn oor te luister bij de experts. ‘Het mag wel degelijk, mits de scheidsrechter goede afspraken daarover maakt met zijn assistenten. Dat wil overigens niet zeggen dat de fluitist het advies van de vlaggenist moet overnemen. Hij moet daarin zijn eigen afweging maken’, aldus een woordvoerder van de KNVB. Iets dichter bij huis vragen we ook kenner bij uitstek Roelf Folkersma naar zijn mening. ‘Het mag inderdaad, al moet ik er wel bij zeggen dat het heel bijzonder is. Persoonlijk heb ik het nog nooit meegemaakt. Je moet wel een blind vertrouwen in je assistent hebben als je zo’n beslissing durft te nemen’, aldus de Holwierder. Waarvan akte. Het middagje Farmsum eindigde dus met een spoedcursus spelregelkennis. Voordat ik weer richting huis ga, nog even babbelen met trainer Peter Ernst. Nog maar drie wedstrijden gespeeld Peter en nog geen punt ingeleverd. Een prima start toch? ‘Ja, dat kun je wel zeggen. En we speelden niet eens zo goed. Kun je nagaan wat er gebeurt als we helemaal top zijn’, lacht de Damster. We nemen afscheid. Ik berg mijn notitieblok op en loop richting veld Twij. Kijk terloops nog even naar die bomen vol voetbalschoenen. Binnenkort toch maar eens vragen wat daar de bedoeling van is. Misschien levert het voldoende stof op voor de volgende bijdrage over een doodnormale voetbaldag in de provincie.