‘Bassie, Bassie’ in de bus en ‘Cheerio’ nacompetitie
Wat is nou eigenlijk de charme van het spelen van nacompetitiewedstrijden? Als neutraal toeschouwer kun je daar heel kort over zijn. Het is de mooiste tijd van het voetbaljaar. De rekenmachine hoeft er niet bij. Je kunt je niet verstoppen. Winst is het enige dat telt. En wat nog mooier is? Er zijn clubs die gedurende het seizoen voor een handjevol toeschouwers spelen. Tijdens de nacompetitie zijn het er vaak honderden. Misschien moeten we eens gaan overwegen om de competitie ook maar spannender te maken. Weg met de gelijke spelen. De dood of de gladiolen. Na negentig minuten kunnen juichen als een malle in plaats van naar huis te lopen met het gevoel dat het ene behaalde punt in elk geval nog iets is.
In de week voor de nacompetitie worden we herhaaldelijk gevraagd waar we naar toe gaan. En of we met de bus mee willen rijden, want met eigen vervoer gaat men niet. Dan wordt er door clubs een touringcar gecharterd. En in de regel kost het geen enkele moeite om die vol te krijgen. Dat was zaterdag ook het geval. Onder enige gezonde dwang hadden we besloten om met Poolster uit Spijk naar Niekerk te reizen. Daar zou de eerste ronde worden afgewerkt door beide ploegen. Een korte blik in de bagageruimte leerde dat het met de sfeer wel goed zou komen. Spandoeken van de ‘Sfeermakers van het Noorden’, een trommel die gedurende de wedstrijd onophoudelijk zou klinken en bijbehorend vuurwerk. De fans van de geelzwarten waren er klaar voor. En omdat FC Groningen ook wel eens met dezelfde bus op pad was geweest, moest er volgens reisleider Klaas Kooistra eigenlijk wel een goed resultaat komen.
Op het zomers warme, fraaie Niekerker sportpark Eekeburen aangekomen was de ontvangst prima. De thuisclub had er alles aan gedaan om een en ander glad te laten verlopen. Het speelveld werd nog even flink gesproeid terwijl de bestuursleden van beide clubs kennis maakten en er nog wat historische details werden gedeeld. Het was immers niet de eerste keer dat beide ploegen tijdens het toetje van het seizoen tegenover elkaar kwamen te staan. Bijna zes jaar geleden was het Hidde Kijf die in Spijk tot matchwinnaar werd gekroond. Bij dat duel in de reguliere competitie waren geen toeschouwers aanwezig in verband met de coronaperikelen. Die waren er nu wel. De schattingen over de aantallen liepen uiteen. ‘Minstens vijfhonderd’ glunderde een bestuurslid van Niekerk. Hij zal er niet ver naast hebben gezeten.
Het duel bood alles wat je van nacompetitie mag verwachten. Een vliegende start, hartkloppingen bij mensen die normaliter niet veel om voetbal geven, de ondraaglijke spanning, onnozele fouten, domme overtredingen, fraaie goals en als kers op de taart na een slopende voetbalmiddag met zes doelpunten en verlenging ook nog strafschoppen. Die vielen, met enig fortuin en een niet goed ingeschoten penalty aan Poolster-zijde, in het voordeel van Niekerk uit. En dus was de teleurstelling in het Spijkster kamp groot. Alles wat rood gekleurd was, dook na het laatste fluitsignaal in een hoek van het speelveld bovenop elkaar. Uitzinnige taferelen ontvouwden zich. Alsof Niekerk al gepromoveerd was. Daar zijn ze minstens nog negentig minuten van verwijderd, maar de eerste slag was geslagen. Bij Poolster likte men de wonden. Werd de fluitist van de dag stevig bekritiseerd. Men had nog nooit zo’n slechte arbiter gehad. Goedkope penalty’s tegen gekregen. Zelfs de spelregels kwamen er aan te pas. Omdat de onpartijdige ze volgens de kenners verkeerd had geïnterpreteerd. De uitspraak dat hij naar een andere planeet moest worden afgeschoten, vergeven we die ene supporter maar. Het zal de emotie van het moment zijn geweest. Over het algemeen gedroegen de meegereisde fans zich voorbeeldig. Toonden ze zich een waardig verliezer, feliciteerden de tegenstander en wensten hen veel succes in de finale waar ze zelf hadden willen staan.
Op de terugweg luidde de conclusie dat ze er weliswaar dicht bij waren geweest, maar dat men ondanks het verlies vooral niet mocht vergeten dat Poolster een goed seizoen had afgewerkt. Woorden van soortgelijke strekking sprak trainer Bas Groeneveld in de bus, die voor hem op het viaduct van de Eemshavenweg voor de afslag naar Bedum even stopte. Omdat hij daar ook was ingestapt. Met een blikje bier in de hand wandelde de coach weg. Het ‘Bassie, Bassie’ was niet van de lucht. De coach keek nog één keer achterom en stak een duim in de lucht. Het seizoen zat er op. De treurnis had al weer plaats gemaakt voor een uitgelaten stemming in de dubbeldekker. Mede in de hand gewerkt door het meerdere keren afspelen van de megahit ‘Cheerio’ van Justen de Wildt. Alsof de fans tegen hun favorieten wilden zeggen; ‘Er is geen vuiltje aan de lucht en geen plaats voor gezeur en gezucht.’ En ja, natuurlijk is promoveren mooi. Maar volgens een doorgewinterde Spijkster supporter realiteitszin net zo belangrijk. ‘Ach, er is geen man overboord. Straks spelen we hopelijk weer prachtige wedstrijden tegen ploegen als Corenos, Omlandia en Holwierde. En de derde klasse? Wat hebben we daar nou te zoeken.’
De spoeling is overigens dun geworden voor het laatste deel van de nacompetitie. Komend weekeinde spelen SV De Heracliden en De Fivel voor lijfsbehoud. Vijfdeklasser Warffum hoopt ten koste van Klazienaveen naar de vierde klasse te promoveren en in Middelstum zullen er ongetwijfeld ook weer honderden langs de lijn staan om te kijken wie daar zegeviert. Het Zoutkamper Zeester van de naar Stedum vertrekkende trainer Jaap van der Ploeg? Of wordt het de dag van Leendert Nieborg. De 67-jarige, bijna gepensioneerde voetbalcoach die al bijna afscheid had genomen maar nog niet weg mag. Omdat het in alle voegen krakende eerste elftal van het Garmerwolder GEO misschien wel ‘per ongeluk’ een stap omhoog weet te zetten. Het zal er nooit van komen, maar begrijpt u nu een beetje waarom het veel mooier is als dit soort finales het hele jaar door op het programma zouden staan?


