aug 6. 2026 | Interview
Uitschieters naar boven en naar onderen. Derdeklasser SC Loppersum heeft ze allemaal voorbij zien komen het afgelopen seizoen. In het competitiejaar 2021/2022 viel de ploeg van huidig trainer Heiko van den Berg, die aan zijn vierde seizoen begint bij de Lopsters, voor het laatst in de prijzen. Daarna was het steeds over de schouder kijken, zorgen dat handhaving werd gerealiseerd. Over de doelstelling van dit seizoen is de oefenmeester duidelijk. In zijn vierde jaar ziet hij dat het er zeker niet gemakkelijker op gaat worden. ‘We zullen er meteen moeten staan. Anders gaan we het lastig krijgen. Het ligt allemaal erg dicht bij elkaar. Ik zou graag roepen dat we kampioen gaan worden, maar echt realistisch is dat niet.’
SC Loppersum heeft een seizoen gehad waarin wisselvallig werd gespeeld. Wedstrijden gingen soms onnodig verloren of werden op het laatst nog uit handen gegeven. ‘We hebben ons op de laatste wedstrijddag pas veilig gespeeld. Dat had al veel eerder gemoeten. Toch kijk ik met een positief gevoel terug. Meerdere spelers hebben zich goed ontwikkeld en nemen steeds meer het voortouw. We wisten dat we in ervaring hadden ingeboet en hebben dit toch goed opgevangen.’
Het heeft volgens hem ook met de tegenstander te maken. ‘Een duel tegen NEC Delfzijl is bijvoorbeeld een derby. Zij zijn voetballend verder dan SC Loppersum, maar op werklust wisten we die wedstrijd wel te winnen. Daarbij voetbalden we ook nog goed en scoorden op de juiste momenten. Tijdens de wedstrijd bij ons waren ze heer en meester en hadden we weinig in te brengen. Iedereen bij ons moet elke wedstrijd alles geven, hard werken en nooit verzaken. Dan maken we het elke tegenstander lastig. Het scorend vermogen moet ook omhoog. In meerdere wedstrijden hebben we in de eerste tien minuten enorm grote kansen gekregen om snel op voorsprong te komen. Bij Groen Geel hadden we met 0-2 voor moeten staan maar maken de doelpunten niet. Wedstrijden moet je dood maken bij een voorsprong. Bij Helpman uit staan we op 0-2 en dat tien minuten voor tijd. We verliezen daar met 3-2. Dan maak je het jezelf onnodig moeilijk.’
Ieder jaar voor handhaving moeten knokken lijkt zwaar, maar is volgens Van den Berg ook de realiteit. ‘Zonder aanwas uit eigen jeugd en het stoppen van meerdere ervaren jongens is de selectie verder uitgedund. We moeten het doen met een groep van ongeveer twintig spelers en dat is soms lastig. Je kunt als trainer ook voldoening halen uit het behalen van andere doelstellingen, het ontwikkelen van spelers en de spelersgroep. We hopen elk jaar weer een stap te maken om beter te worden en dan langzaam weer mee te doen om een periode of kampioenschap. We gaan deze competitie in ieder geval om een periode spelen. Anders hoef je niet aan de competitie te beginnen. Het doel van SC Loppersum is in ieder geval om in de derde klasse te blijven. Dat moet in ieder geval met nagenoeg dezelfde selectie gebeuren. Nils Haak komt over van NEC Delfzijl en Tiemen Dijk van Stedum. Zoals bekend zijn Peter Heeres en Jeffrey Leegstra gestopt. En dat was het dan wel voor wat betreft de wijzigingen.
Het is ook een beetje het probleem van SC Loppersum. Er breekt te weinig door vanuit de jeugd. Van den Berg: ‘De club werkt er hard aan om de jeugdafdeling weer op volle kracht te krijgen. Soms moet je wat geluk hebben met iemand die in het dorp komt wonen en graag in de selectie wil spelen. Wat gewoon knap is dat we het doen met clubmensen en spelers uit de eigen vereniging. We gaan niet overal lopen lobbyen om spelers te halen. Je wilt voor SC Loppersum spelen of niet. Zo moet je ook in de groep passen. Daarbij is er een hoop vastigheid. Een groep die al jaren samen speelt met een trainer die voor het vierde jaar voor de groep staat. We weten wat we kunnen en wat we aan elkaar hebben.’
De oefenmeester vindt dat de derde klasse op papier weer iets sterker is geworden met meerdere degradanten uit de tweede klasse. Maar dat zegt volgens Van den Berg ook niet alles. ‘De drie periodekampioenen van vorig seizoen zitten er allemaal nog bij. Ik denk dat er geen enkele zwakke broeder meer tussen zit. Een uitgesproken favoriet heb ik ook niet. In mijn ogen zijn er wel zes kanshebbers. Vanaf de start van de competitie zul je met je team klaar moeten zijn anders ga je het lastig krijgen. Het ligt allemaal erg dicht bij elkaar.’
SC Loppersum komt in ieder geval weer een aantal oude bekenden tegen zoals bijvoorbeeld DVC Appingedam en NEC Delfzijl. ‘En die ontvangen we weer met open armen. Tegenstanders vinden het echt niet fijn om in en tegen SC Loppersum te spelen. Ze weten dat ze dan een zware middag krijgen. En voor wat de nieuwelingen in de klasse betreft? Wij zijn voor FC Assen, GVAV Rapiditas en LTC ook een onbekende. FC Zuidlaren kennen we nog van twee seizoenen terug. Toch is het mooi om weer eens andere tegenstanders te treffen.’
Van den Berg wil met zijn team proberen om verzorgder en met meer balbezit te spelen. Voor de rest wil hij de spelopvatting van zijn ploeg niet teveel wijzigen. De kracht en kwaliteit van dit team is de enorme wilskracht en beleving die ze op kunnen brengen om wedstrijden te winnen. Daarnaast ontwikkelen meerdere spelers zich en doen ze ervaring op. De verantwoording komt dit seizoen bij deze spelers te liggen en die pakken ze op. Alle spelers zijn weer een jaar ouder, verder en sterker. Hopelijk kunnen we dat ook in punten en beter voetbal omzetten.’
De ervaring zit hem binnen het team vooral bij spelers als Rik Buikema en Diederik Dijk, terwijl jongens als Olaf Sleurink en Tim Maneschijn zich steeds meer gaan manifesteren. Daar zouden de wat minder ervaren spelers zich aan op kunnen trekken. Lijkt een eenvoudig optelsommetje, maar het vraagteken blijft. ‘ Tijden veranderen, vroeger wou je ten koste van alles in het eerste elftal spelen. Zo hoog mogelijk. Je luisterde naar de ervaren en betere spelers. Spelers trekken tegenwoordig sneller hun eigen plan. Ook een de rol van een trainer is heel anders geworden. Je moet de spelers raken en zorgen dat ze met plezier trainen en voetballen. Als de sfeer en het plezier goed zijn binnen de selectie, kom je op dit niveau een stuk verder dan alles tactisch voorkauwen en ze er vervolgens niks van begrijpen. Je kunt nog zo’n goede veldtrainer zijn, als ze dat niet in zich hebben, ga je geen resultaat behalen. In de staf zijn Henk Buikema en Rob Sleurink wat mij betreft belangrijke pionnen. Zij kennen de jongens van kleins af aan en houden ze vaak een spiegel voor.’
Voordat het om de punten gaat, wacht eerst nog de bekercompetitie. ‘Met HSC en BATO treffen we weer eens andere tegenstanders om tegen te spelen. Tja en NEC Delfzijl? Die komen we nu voor het derde jaar op rij tegen. Dat is dan wel weer jammer. Het zijn wel drie mooie wedstrijden om te spelen voor aanvang van de competitie. Het zou voor ons wel leuk zijn als we weer eens een ronde verder weten te komen In de aanloop naar de start van het seizoen. We hebben er zin in. Iedereen is weer fris en de vakanties zijn zo goed als voorbij. Er komen mooie wedstrijden met leuke tegenstanders aan. We overwinteren dit jaar in Sevilla en hopen een goed seizoen te draaien.’
aug 6. 2026 | Interview
Het seizoen moet officieel nog beginnen, maar voor Noordpool UFC kan de eerste tegenvaller al genoteerd worden. Trainer Marinus Siekman is voorlopig uitgeschakeld vanwege een operatie. De coach had enorm veel zin in de klus bij de Uithuizers. De club laat hem niet vallen, maar heeft wel moeten ingrijpen om de voorbereiding te kunnen opstarten. En dus is Ronald Klip van stal gehaald. Hij gaat tijdens de afwezigheid van Siekman, die wel op de achtergrond blijft ‘meekijken, in de dug-out van de vijfdeklasser plaatsnemen.
Ronald Klip zegt over de ontstane situatie: ‘Het is vooral voor Siekman vervelend. Hij had net enorm veel energie opgebouwd om er vanaf het begin bij te zijn, al wisten we dat er een kans was op een nieuwe operatie. Die stond echter eerder op de planning. Noordpool UFC is ervan overtuigd dat hij op dit moment de juiste man is voor deze selectie om de kwaliteiten die er zijn ten volste te benutten. Het laatste stapje naar volwassenheid te zetten. Zowel tactisch als op inzet, beleving en slimheid. Daarom is er ook unaniem gekozen om geen interim of totale vervanging te gaan doen. We gaan de periode van zijn fysieke afwezigheid op deze manier opvangen.’
Gebrek aan ervaring zal er in ieder geval niet zijn op de Uithuizer bank. Klip heeft vanaf zijn zestiende levensjaar, inclusief een uitstapje naar Usquert, zijn hele voetballeven bij Noordpool UFC gevoetbald. Daarvoor woonde hij in Groningen en speelde hij bij GVAV Rapiditas. Hij droeg het geel met zwart tot aan zijn 42e geboortedag. ‘De laatste jaren was dat meer als gevolg van het feit dat er te weinig spelers waren, al kon ik dan ook redelijk mee.’ Nu bevindt hij zich dus in een andere rol en maakt hij duidelijk wat spelers van hem kunnen verwachten. En dus zal er de komende tijd veelvuldig contact zijn tussen hem en de trainer zijn. Wordt er ongetwijfeld gesproken over de eerder genoemde zaken, maar moet het in eerste instantie allemaal vanaf het veld worden geregisseerd. De vijfdeklasser ziet vrijwel de gehele spelersgroep van JO19 een stap omhoog doen. Klip: ‘Zij gaan ons positief verrassen. Daar zit enorm veel talent, discipline en spelplezier in. Die facetten hebben ze van hun jeugdtrainer meegekregen. Daar kunnen we nog een hop lol aan beleven.’
De jeugd krijgt in de voorbereiding de kans om te laten zien dat de technische staf niet om ze heen kan. Klip: ‘Afgelopen seizoen hebben een aantal jongens al meerdere wedstrijden meegedaan en laten zien dat ze heel goed mee kunnen. Dat ze wat toevoegen aan het eerste team. Hierbij kiezen we voor mentaliteit, kwaliteit, inzet en beleving. De concurrentie wordt dus groot. Momenteel is niemand van de drieëntwintig spelers verzekerd van een plek.’
Van het elftal dat er afgelopen seizoen stond is een drietal afgehaakt. Jayden Faleye probeert het bij Warffum, Jarickson Saragoza is opnieuw van plan om in Duitsland te gaan voetballen en Mark Bos heeft aangegeven fysiek niet te kunnen brengen wat er van hem verwacht wordt. Hij heeft voor zichzelf een rustpauze ingelast. Het wegvallen van bijvoorbeeld Saragoza scheelt de geelzwarten doelpunten, al heeft men in Melvin Sikkema nog steeds iemand die het net ook wel weet te vinden.
Treffers die in verdedigend opzicht te gemakkelijk werden geïncasseerd. Volgens Klip is daar wel een oorzaak voor aan te wijzen: ‘Te jonge spelers, het ontberen van een echte leider en het niet continu kunnen spelen in een vaste opstelling zijn wel de hoofdoorzaken. Vooral dat laatste heeft nu de hoogste prioriteit. We zullen daarnaast veel trainen op omschakelen, een honderd procent focus hebben en automatismen erin in proberen te krijgen. Dat klinkt allemaal gemakkelijker dan het is, maar we zijn ervan overtuigd dat we genoeg kwaliteiten hebben om ook daarin te verbeteren.’
Voor wat betreft het bekertoernooi denkt Klip dat Corenos de ploeg is die de volgende ronde gaat halen. De rest is volgens hem wel aan elkaar gewaagd. Al is het volgens hem lastig in te schatten hoe men bij SV De Heracliden de tik van de degradatie heeft verwerkt. De competitie wordt een heel ander verhaal. ‘Er zijn zes nieuwe ploegen bijgekomen, waarbij de Stadse ploegen altijd een verrassing zijn. De degradanten willen natuurlijk laten zien dat ze meteen weer hogerop willen en daarnaast is buurman ZEC een hecht en moeilijk te kloppen ploeg. Maar wij zijn ervan overtuigd dat Noordpool UFC zich tussen die ploegen moet kunnen scharen.’
Klip is van mening dat er vorig seizoen te weinig punten zijn gepakt tegen ploegen die bovenin stonden. ‘Dat willen we in ieder geval verbeteren. Ook omdat we tijdens die duels vaker hebben laten zien dat we wel gelijkwaardig waren. Wij denken dat we als Noordpool UFC zijnde, met de spelers die we hebben, mee moeten kunnen voor een periode.’ Hoe zijn team de tegenstanders wil bestrijden legt Klip als volgt uit; ‘Vanuit een gedegen achterhoede toch willen aanvallen. Scoren blijft immers het mooiste wat er is. We willen vooral constanter zijn en naar volwassenheid toewerken. We hebben te vaak complimenten gekregen voor ons spel. Dat het aanvallend allemaal zo mooi was om te zien. Te vaak gaven we echter net zo gemakkelijk doelpunten weg. Met als gevolg te weinig punten.’
De grootste stap die Noordpool UFC kan zetten is het laatste stukje mentaliteit en beleving. ‘We hebben veel spelers die goed kunnen voetballen. Het zijn aardige jongens, ook naar anderen toe. Af en toe zou het echter wel eens goed zijn dat er binnen de selectie iemand opstaat die voorop in de strijd gaat, positief en duidelijk durft te corrigeren waar dat nodig is. Die ontberen wij nog.’
Voor het overige hoopt Klip de door Marinus Siekman uitgezette route te kunnen volgen en vertrouwt hij er op dat de ‘gevestigde’ spelers wat meer kunnen brengen, waarbij er met een scheef oog naar de toekomst wordt gekeken en men in Uithuizen hoopt dat Noordpool UFC op termijn kan uitgroeien tot een stabiele vierdeklasser.
Wat dat betreft heeft Klip nog wel een duidelijke boodschap richting andere verenigingen. ‘Ik weet dat het gevoelig ligt, maar pleit desondanks voor samengaan van voetbalclubs. Als je in de regio kijkt voetballen we allemaal op hetzelfde te lage niveau. Spelers blijven binnen dat niveau verkassen. Als Noordpool UFC zitten we op dit moment in de luxe positie dat we veel leden en over twee grote selecties kunnen beschikken. Dat kan ook zomaar weer de andere kant op slaan. Zoals het nu gaat zijn clubs niet toekomstbestendig bezig. Daarnaast kost het ook bakken met geld om alles in de benen te houden. Vrijwilligers krijgen wordt een steeds grotere uitdaging en op de velden waar niet gevoetbald wordt kunnen we wel huizen bouwen. Daar is toch een tekort aan? Ik realiseer me heel goed dat de leefbaarheid in kleinere dorpen door samensmelting op het spel staat, maar we moeten ook reëel zijn. Goed leren kijken naar wat we zien en of dat wel is wat we in stand denken te moeten houden.’
aug 6. 2026 | Interview
Vijfdeklasser Eenrum slaat komend seizoen een nieuwe weg in. De vereniging heeft met Siebrand Solinger en Wim Nubé twee mensen in de dug-out zitten die als geen ander weten wat er binnen de vereniging leeft. En dat mogen ze van het bestuur op het veld vertalen. Mikken op de middenmoot lijkt daarbij het hoogst haalbare. En heel misschien zit er qua resultaat misschien wel een uitschieter tussen. ‘Daarvoor moet je een beetje geluk hebben’, vindt het tweetal.
Siebrand Solinger werkt als docent aan het Alfa College in Groningen en woont in Eenrum. Op een boerderij aan het water. Een mooie plek om je terug te trekken, als dat even nodig mocht zijn, te relativeren en misschien wel snode plannen smeden om de roodbaadjes naar een hoger niveau te tillen. De afgelopen seizoenen zijn de Eenrumer voetbalfans namelijk niet erg verwend geraakt. In de voorbije competitie bleef de club te ver weg om bij de onderkant van de middenmoot aan te haken. Soms werd er een verrassend resultaat gehaald, vaker kreeg men nederlagen te slikken die er niet om logen.
Na de goede samenwerking met Henk Alssema was het volgens het bestuur tijd voor een ‘verfrissende stap.’ Men vond de ideale opvolger in eigen huis. Solinger gaat de klus niet alleen doen. Samen met Wim Nubé neemt hij de selectie onder zijn hoede en begeleid de trainingen. Na de donderdagtraining spreken we de komende wedstrijddag door. Daarna laat ik het aan Wim over, want ik sta op zaterdag niet langs de kant. Dan kun je me binnen de lijnen vinden. Als ik mezelf tenminste een basisplaats gun’, lacht Solinger. Op de zaterdagen is Nubé dus de roerganger van het elftal. Hij heeft jaren ervaring als trainer/coach en samen ligt het tweetal op dezelfde lijn qua speelwijze en structuur. Het is volgens Solinger erg fijn om samen met een echte clubman aan het roer te staan.
Over clubmannen gesproken, daar kan hij zichzelf ook wel toe rekenen. Solinger speelt al vanaf zijn achttiende in het eerste elftal, al is hij dan ook een paar keer gestopt. ‘Ik vond het iedere keer toch jammer dat ik niet meer speelde en kwam dan weer terug.’ Op de vraag waarom die pauzes er telkens waren, antwoordt de Eenrumer: ‘Meestal was dat omdat ik trainer werd van een derde- of vierdeklasser. Soms ben ik ook van club veranderd omdat ik zelf trainer van Eenrum werd.’ Als voetballer was hij onder anderen actief bij SIOS, SC Stadspark, Gronitas en Engelbert. ‘Bij Engelbert en SIOS ben ik eerder ook trainer geweest.’ In totaal heeft Solinger er al zeventien jaar opzitten in de eerste selectie van Eenrum. En stoppen? Daar denkt hij nog niet aan. ‘Zolang het leuk is en het lukt allemaal nog, blijf ik spelen’, klinkt het zelfverzekerd.
Op de vraag of hij meer ambieert dan trainer zijn van zijn eigen vereniging, antwoordt Solinger: ‘Als coach heb ik meerdere clubs gehad. Mijn ambities daarin zijn niet heel hoog, anders was ik nu al wel op niveau trainer. Ik geniet van het omgaan met een groep en de dynamiek die voetbal met zich meebrengt. Wel verwacht ik van de groep dat de inzet hoog is en daar denkt Wim precies net zo over.’
Dan komt uiteraard naar voren dat er qua beleving wel het een en ander is veranderd sinds hij zelf de kicksen aan trok. ‘Ja, dat weet ik. Als je naar het amateurvoetbal kijkt van vandaag de dag, valt op dat de mentaliteit van spelers erg is veranderd. Eerder was iedereen er gewoon en tegenwoordig missen er soms meer spelers dan dat er aanwezig zijn in verband met werk, studie of weekenden weg. Qua niveau ben ik van mening dat er niet veel is veranderd in al die jaren.’
Met SIOS en Ezinge treft Eenrum in ieder geval twee teams uit de regio. Laatstgenoemde club zal men ook in de competitie ontmoeten. Voor de naderende strijd om de punten heeft Eenrum een eerste en tweede selectie met daaronder een ‘leuke groep’ JO19-spelers. Dat zijn mooie vooruitzichten maar het is qua selectie opnieuw niet vissen in een overvolle vijver met voetbaltalenten. Aanwas van elders is er niet en daarnaast hebben Harman Mensinga en Jeffrey Remijn aangegeven niet meer beschikbaar te zijn. Het trainersduo prijst zich dan ook gelukkig met het feit dat de jongens van JO19 regelmatig voor aanvulling kunnen zorgen.
Het maakt wel dat er qua doelstelling met enige voorzichtigheid wordt geantwoord. ‘Natuurlijk wil iedereen het hoogst haalbare maar daarin moet je een beetje geluk hebben tijdens sommige wedstrijden. Als je naar het huidige spelersmateriaal kijkt, zou de middenmoot haalbaar moeten zijn. Ik zie een team als SV De Heracliden als titelkandidaat, maar GEO en De Fivel zouden ook hoge ogen kunnen gooien. Het is in ieder geval leuk dat we een beetje een andere competitie hebben en weer andere wedstrijden spelen. Daar kunnen we ons op verheugen.’ Op bovenstaande foto links Siebrand Solinger, in het midden voorzitter Michel Remijn en rechts Wim Nubé toen de handtekeningen werden gezet.
aug 6. 2026 | Interview
Remy van der Wal kan de gang naar zijn club te voet af. De Bedumer is namelijk de man die tweedeklasser SV Bedum naar nieuwe successen moet leiden als opvolger van de vertrokken Gerben Wollerich. De man die aanvankelijk op de keien werd gezet, kwam min of meer via zijn eigen achtertuin weer bij de vereniging terecht waarvan hij zegt dat hij precies weet hoe ‘de hazen lopen.’ De administrateur, die in zijn vrije tijd graag wandelt en tuiniert, verwacht een zware, maar ook mooie competitie. ‘Het is lastig inschatten, maar ik denk dat we wel een rol van betekenis kunnen spelen’, vindt de oefenmeester.
Sinds hij achttien jaar geleden als voetballer stopte, waarvan twaalf jaar bij CVVB, is Remy van der Wal al trainer. Hij begon als assistent-trainer bij CVVB en vervolgens bij SV Bedum. Daarna was hij als hoofdcoach twee jaar aan het voormalige De Pelikanen uit Appingedam verbonden. Aansluitend volgde een verblijf van vier jaar bij zijn ‘thuisclub’ SV Bedum. In die periode maakte hij zowel hoogte- als dieptepunten mee. Het veruit mooiste hoogtepunten was in zijn ogen het kampioenschap in de tweede klasse tijdens zijn eerste jaar bij SV Bedum. Over het dieptepunt hoeft hij ook niet lang na te denken. Dat was het ontslag bij SV Bedum, halverwege zijn vierde seizoen. In het najaar van 2020 kwam er een einde aan de samenwerking omdat het combineren van privézaken en de tijd die de club vroeg niet meer lukte. Op die periode terugkijkend zegt Van der Wal: ‘ Dat was een lastige tijd, ook privé gezien. Soms lopen zaken ook zoals ze dan lopen. Maar een vervelende periode was het zeker.’
Ondanks dat heeft Van der Wal, die ooit een dag met zijn grote voorbeeld Arne Slot meeliep toen hij nog assistent bij Cambuur was, nooit overwogen om een andere club te gaan trainen. ‘Nee, dat klopt. Rigte Jan ten Kate, lid van de technische commissie, kwam ik een aantal keren tegen bij mijn achtertuin. Die grenst bijna aan het voetbalveld. Hij haalde me over om weer wat voor de club te gaan doen. Ik ben toen begonnen als coördinator bij de JO19/17. Daarna werd ik lid van de TC en van het een kwam het ander. Eerst werd ik gevraagd om assistent te worden en nu ben ik dus weer terug als hoofdtrainer.’ Van der Wal roemt de samenwerking met Gerben Wollerich. ‘Ik heb met hem een mooi jaar meegemaakt. Hij gaf me veel vrijheid, waardoor ik ook nooit het gevoel had dat ik maar een assistent was.’
De kijk op het spelletje is voor de coach in het achterliggende decennium anders geworden. ‘Ik denk dat uitgebreider een beter woord is, al zijn de principes wel hetzelfde gebleven. De omstandigheden zijn zeker anders geworden, ook voor mij. Je wordt uiteindelijk gevormd door wat er allemaal gebeurd is in je leven. Ik maak mij tegenwoordig minder druk om wat mensen van mij of het team denken. Aan mijn gedrevenheid zal het in ieder geval niet liggen. Ik wil er ook na al die jaren nog steeds alles uit halen. En doe dit ook echt uit passie voor het voetbal en de club SV Bedum. Wat dat betreft kun je rustig stellen dat ik alles wat ik in de afgelopen jaren als trainer heb gedaan, met volle overtuiging heb uitgevoerd. En daar sta ik nog steeds achter.’
Er kan rustig gesteld worden dat Remy van der Wal het Bedumer voetbal net zo goed kent als het binnenste van zijn broekzak. En dat helpt hem zeker bij het maken van keuzes. ‘Dat helpt inderdaad. Zeker bij de huidige lichtingen junioren heb ik een heel goed beeld. Ik weet hoe de hazen in het Bedumer voetbal lopen. De jongens die nu bijvoorbeeld overkomen heb ik al getraind in de JO9 tot en met JO11. En er zijn zeker spelers die het niveau hebben om snel het eerste elftal te halen. Dit seizoen maken Mark Bakker, Milan Mulder, Stijn Scheffers en keeper Jerome Heijnen al deel uit van de selectie.’
Van de huidige competitie verwacht Van der Wal dat het een zwaar, maar ook boeiend seizoen gaat worden. En daarin wil de club van de paarshemden wel iets meer dan alleen maar achterom kijken, zoals de laatste jaren vaak het geval was.
Het afgelopen seizoen werd de weg omhoog al voorzichtig ingezet. Dit voetbaljaar jaar hopen de Bedumers weer een stap te kunnen maken. Van der Wal: ‘ Ik denk dat we een goede selectie hebben dit seizoen. Veel jong talent en een aantal zeer ervaren spelers. Dylan ter Arkel is naar PKC gegaan, Bart Ludwig is voor studie in Spanje en zal dit jaar niet voetballen. Van GVAV Rapiditas komen Diego Postema en Sverre Beijl over. Dat zijn twee zeer talentvolle en gedreven spelers. En dan zijn er natuurlijk de jongens die vanuit de jeugd aansluiten. Je zou ons seizoen tot op zekere hoogte geslaagd kunnen noemen als wij volgens onze principes getraind en gespeeld hebben, iedereen er plezier in heeft en toeschouwers een herkenbaar team zien dat er alles aan doet om wedstrijden te winnen. Dan kun je jezelf nooit een verwijt maken. En natuurlijk blijft het doel om hogerop in de ranglijst te komen.’
Wat zijn ploeg kan bewerkstelligen vindt Van der Wal lastig om in te schatten. ‘Gorecht heeft zich ook weer versterkt, dus zal dat volgens mij een van de grootste kanshebbers voor de titel zijn. Samen met het gedegradeerde Oranje Nassau. We verheugen ons erg op de derby’s tegen Winsum. Het is al weer lang geleden dat deze wedstrijd voor de competitie werd gespeeld. Voor de toeschouwers en spelers zijn dit zeker duels om naar uit te kijken.’
Tenslotte kijkt Remy van der Wal ook heel erg uit naar de samenwerking met de rest van de staf rond het eerste elftal. ‘Mag ik Thijs van Dijken en Roel van Dijken even in het bijzonder noemen?’, vraagt de coach. En uiteraard mag dat. ‘Thijs is al jaren jeugdtrainer bij SV Bedum en maakt nu de stap naar de senioren als assistent. Hij is net zo gedreven als ik ben. Dat geeft mij ook weer veel energie. We hopen deze energie over te brengen naar de jongens. En met Roel heb ik de eerste jaren bij SV Bedum heel goed samengewerkt. We kunnen alles tegen elkaar zeggen. Hij is echt een klankbord voor mij, zowel binnen als buiten de groep. Roel is echt van onschatbare waarde voor het eerste elftal. Dat soort mensen treedt eigenlijk nooit op de voorgrond, maar knappen veel voor je op en dat blijft in mijn ogen te vaak onderbelicht.’