Willem Kluin: ‘vv De Marne moet eigen gezicht krijgen’
Willem Kluin begint dit seizoen aan een compleet nieuw avontuur. Na de samensmelting van VVSV ’09 uit Ulrum, het Leenster FC LEO en zijn eigen vereniging Kloosterburen ontstond de fusieclub vv De Marne. Het was even afwachten wie leiding zou gaan geven aan de nieuwe vereniging, maar uiteindelijk werd dat Kluin. Hij durft zich niet uit te spreken over waar vv De Marne zal staan. ‘Het is nog veel te vroeg om daar nu al een uitspraak over te doen. Voor ons is het in eerste instantie belangrijk om de verschillende clubkleuren en gevoelens tot één geheel te smeden. Daarna kijken we wel weer.’
Willem Kluin, woonachtig in Uithuizen, heeft in de afgelopen jaren alleen maar regionale clubs getraind. Als hij er eentje moet uitlichten, valt meteen de naam Noordpool UFC. Niet zo verwonderlijk, want hij werd er groot als speler. ‘En als dan het bijzondere moment komt dat je hoofdtrainer van je eigen cluppie mag worden. Dat is toch geweldig?’, zegt hij glunderend. Hij zou vijf jaar aan het geel met zwart verbonden blijven, viel daar in de prijzen en in zijn voorlaatste jaar terug in de vijfde klasse. Na drie jaar Jurrie Smit kwam Kluin nog een keer terug op het oude nest om vervolgens, in eerste instantie samen, met Kloosterburen en RZ Baflo verder te gaan.
Met de Kloosterbuurders trof hij een club waar hij het niet altijd eenvoudig had om op of buiten het carnavalsdorp en sportpark Westerklooster met een aanvaardbare selectie aan te treden. ‘Nee, dat was inderdaad niet altijd even gemakkelijk. Aan de andere kant was de saamhorigheid er wel. En dat was echt niet alleen maar tijdens de carnavalsperiode. Het team ging altijd op alle fronten voor elkaar door het vuur. En ja, soms kwamen ze op bepaalde vlakken te kort zoals conditie en trainingsarbeid. Dat wisten ze echter ook weer te compenseren met het teamgevoel. Als je als trainer naar een hoger niveau wilt, zul je moeten accepteren dat zo’n dorpsclub op die manier naar het voetbal kijkt. Ik kon dat gelukkig vrij snel en heb er weinig problemen mee gehad.’
Na de fusie moesten er drie trainers op zoek naar iets anders. Dat deed ook Willem Kluin. Het optelsommetje was niet zomaar gemaakt. ‘Nee, klopt. Ik heb na de bekendmaking van de fusiedatum mijn plan getrokken, heb ik de boot afgehouden en geprobeerd iets anders te vinden. Ook omdat ik van mening was dat er een frisse, nieuwe man voor de groep moest komen te staan. Uiteindelijk kwamen ze toch bij mij terecht met de vraag of ik de klus op me wilde nemen. Na wat goede gesprekken met alle betrokken partijen en wat bedenktijd heb ik toegezegd.’
Van drie volwaardige selecties uit drie clubs een compleet nieuw elftal neerzetten. Geen eenvoudige opgave, erkent ook Kluin. ‘Moeilijk zat, maar ik kijk niet naar het verleden en bij welke club ze hebben gespeeld. Er staat een volledig nieuwe groep waaruit je een team moet samenstellen. Je moet daarbij niet vanuit de oude clubs denken, maar vanuit je positie bij vv De Marne. Daar hebben we de beker- en de oefenwedstrijden voor. Ik zeg niet dat we bij het begin van de competitie al weten hoe de selectie er uit komt te zien. Die kan er na een aantal maanden zomaar weer anders uit komen te zien. Er zijn genoeg duels waaruit we in eerste aanleg een stuk of negentien spelers zullen selecteren die het seizoen aftrappen.’
Met zijn oude club RZ Baflo, Zeester en OKVC treft hij in de beker drie teams waar hij ook tegen oefent. ‘Tja, dat is dan weer pech hebben. Die komen we twee keer tegen. Dat is helaas niet anders, maar een mooie graadmeter is het wel om te kijken wat onze mogelijkheden zijn. Zeker voor wat betreft de dan beschikbare spelers, wie er met wie kan voetballen, op welke posities dat zou moeten zijn en hoe krijgen we het beste voetbal in de selectie.’
Hoe hij met zijn nieuwe club de competitie in gaat blijft nog een vraagteken, waar vv De Marne staat niet minder. ‘We kunnen in ieder geval zeggen dat we de strijd om de punten onbevangen kunnen beginnen. De gefuseerde verenigingen wisten wel zo ongeveer waar ze stonden. Daar kunnen we nu niet op terugvallen. We hebben met een totaal nieuwe club te maken. Het zal vooral zoeken worden naar evenwicht. Normaal gesproken zou je zeggen dat je met de beste spelers uit elke voormalige club hoog zou moeten kunnen eindigen, maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Niet iedereen heeft namelijk toegezegd om door te gaan.’ Kluin vertelt dat spelers van VVSV ’09 naar hun oude club terug zijn gegaan en dat er bij FC LEO en Kloosterburen ook een deel is afgehaakt.
Het moet bij de fusieclub allemaal nog op zijn plek vallen. ‘Voor de vakantie zag je echt groepjes Ulrumers, Leensters en Kloosterbuurders op het veld staan. Dat verdwijnt al meer naar de achtergrond. Het teamgevoel komt er langzaam in en de beleving is er zeker. Hoe zich dat gaat ontwikkelen? Vraag me over een half jaar nog maar een keer. Misschien heb ik dan wel een antwoord paraat over onze sterkte, hoe snel de jongens zich hebben aangepast en elkaar voetballend hebben weten te vinden. Het heeft nu geen zin om over systemen te praten, wat voor ons het beste werkt en op welke manier we het beste resultaat weten te behalen. Dat is nog een grote, maar wel leuke puzzel die we de komende tijd moeten zien op te lossen.’
Waar het de kanshebbers betreft is Kluin van mening dat GEO misschien wel weer tot de ploegen behoort waar rekening mee moet worden gehouden. ‘Zij hebben een prima seizoen achter de rug en grepen net naast promotie. Ze gaan verjongen begreep ik, dus is het even afwachten hoe dat uitpakt. En natuurlijk moet je een ploeg als het gedegradeerde SV De Heracliden ook niet wegcijferen. Ze hebben een klap te verwerken gekregen en zullen moeten leren dat er in de vijfde klasse andere wetten gelden. Daar wordt een stukje anders gevoetbald en wordt er meer verwacht. Van ZEC verwacht ik ook wel iets. Dat heeft een stel goede spelers. Daarnaast zijn teams als bijvoorbeeld DIO Groningen en Potetos de onbekenden. Het is moeilijk inschatten wat zij in huis hebben.’
Met zijn club mee kunnen draaien zou voor Kluin al mooi zijn. ‘Met een hele goede serie zouden we wellicht mee kunnen doen om een periode. Dan moet je wel een beetje geluk hebben met de tegenstanders die je in die fase van de competitie ontmoet. Lukt dat niet, dan hoop ik dat we in ieder geval een identiteit weten te creëren. Een eigen gezicht krijgen. Dat het verenigingsgevoel er is en we in ieder geval een goede basis hebben neergelegd voor de hopelijk mooie seizoenen die er gaan komen voor vv De Marne.’



