Corenos is na een verblijf van één seizoen weer terug in de vierde klasse. Het was al een klein wonder dat ze de stap omhoog hadden gemaakt. De ploeg van trainer Marco Pesiwarissa kwam echter kwaliteit te kort om ook tot een volwaardige derdeklasser uit te kunnen groeien. Toch konden de Roodeschoolsters met opgeheven hoofd de deur achter zich dicht trekken. Er wacht hen een volgende uitdaging. Laten zien dat er voldoende potentieel is om een trede lager opnieuw om de prijzen mee te doen. En misschien? Heel misschien wel voor een nieuwe verrassing te zorgen.
Een doel nastreven, deze bereiken en vervolgens maar zien waar het schip strandt. Dat was het uitgangspunt na een letterlijk en figuurlijk verhit voetbalgevecht in Appelscha. Daar waar vorig seizoen het onmogelijk geachte werd gepresteerd. Promoveren naar de derde klasse. Met een flinke dosis realisme kon trainer Marco Pesiwarissa toen al melden dat Corenos eigenlijk niets in de derde klasse had te zoeken. Maar ja, je staat er en dan moet je er ook maar het beste van zien te maken. Dat deden de ‘rooien’, al bleek het dan ook niet genoeg te zijn. Lang werd er niet getreurd. De ploeg was een ervaring rijker. ‘Ik heb ook geen moment de druk vanuit de clubleiding gevoeld dat we er in moesten zien te blijven.
Het is volgens de Stadjer geen schande dat Corenos nu weer in de vierde klasse speelt. ‘We hebben het afgelopen seizoen als club veel geleerd. Ervaring opgedaan tegen grote en goed voetballende verenigingen. Dat nemen ze je niet meer af. De groep ziet dat ook zo en wil er weer een mooi voetbaljaar van maken.’ Dat mooie voetbal schoot er bij Corenos nog wel eens in tijdens de voorbije competitie. En dat lokte dan weer reacties uit bij de coach die er niet om logen. Hij hekelde af en toe, in niet mis te verstane bewoordingen, de mentaliteit van sommige spelers. ‘Die is erg veranderd. Niets is tegenwoordig meer vanzelfsprekend. Je moet er keihard voor werken als je iets wilt bereiken. Dat heb ik wel eens gemist en daar zeg ik dan wat van. Niet om jongens af te kraken, maar om ze scherp te houden. Als trainer probeer je een ploeg zo goed mogelijk op een wedstrijd voor te bereiden op jouw keuzes en tactiek. Als dat dan niet wordt uitgevoerd? Daar kan ik me enorm druk om maken.’
Pesiwarissa verwacht een sterke competitie waarin Corenos het iedereen lastig kan maken. Daarnaast hoopt hij dat de leermomenten uit de derde klasse meegenomen worden. Door zijn ploeg gebruikt worden om aan te tonen dat er iets is blijven hangen van voetballen op een ander niveau. Dat gaat in ieder geval zijn zoon Danelso doen. Die is naar GVAV Rapiditas O23 vertrokken. Dennis Molema is gestopt. Pesiwarissa hoopt dat hij nog op zijn besluit terug zal komen en ziet vanuit de jeugd Mayk Bolt en Jorick Spriensma doorschuiven. Als vervanger voor de naar Gorecht vertrokken doelman Dennis Carretero Seinhorst is Sven van den Berg aangetrokken. De zoon van trainer Heiko van den Berg (SC Loppersum) heeft ervaringen opgedaan bij elftallen van FC Groningen en FC Emmen. ‘Dennis heeft ambities en ik gun hem de overstap van harte. Met Sven hebben we een goede vervanger in huis. Zijn vader stuurde mij een appje dat ik hem maar eens moest benaderen. Hij stond er voor open en ik ben van mening dat we met hem een talentvolle keeper in huis hebben gehaald. Daar ben ik erg blij mee. Blij is Pesiwarissa ook dat Jordan Muller en Brian Pattiwael besloten hebben om bij Corenos te blijven. ‘Ja, er was nogal wat belangstelling voor dat duo. Het is mooi dat ze Corenos trouw zijn gebleven.’
Dat er in de vierde klasse anders gespeeld gaat worden weet Pesiwarissa. Daar heeft zijn team voldoende ervaring mee. ‘We hebben de afgelopen acht seizoenen verschillende speelwijzen gehanteerd. Daar zijn de jongens bekend mee. Er zullen nu wat nuances worden aangebracht, vooral in de manier van opbouwen en hoe we de tegenstander onder druk zetten. De coach verwacht dat het bovenin spannend gaat worden in 4F. ‘Ik denk dat het daar dringen wordt met ploegen als VV Groningen, Poolster, SIOS, Holwierde, Omlandia en Corenos. Dat zijn in mijn ogen de teams die de individuele kwaliteit hebben, maar ook voetballend erg goed zijn. Ik sprak mijn vriend en collega-trainer Harry Zwiers van HFC ’15. Die is blij dat hij met zijn team in een andere klasse zit. Dat zegt in mijn ogen wel genoeg.’
De oefenmeester ziet geen outsiders en denkt dat het team met de minste blessures en schorsingen uiteindelijk aan het langste eind zal trekken. Van zijn eigen ploeg verwacht hij commitment tijdens trainingen en wedstrijden. ‘De spelers zijn nu ook weer een jaar ouder, dus is het te hopen dat ze ook dat meenemen. Er zal in de vierde klasse meer karakter worden gevraagd. In de derde klasse kwam het vooral op tactiek en slimmigheid aan.’
Omdat Pesiwarissa hoopt dat zijn ploeg zich ook weer in de strijd om de prijzen gaat mengen, leggen we hem de vraag voor of hij binnen een jaar terug zou willen naar de derde klasse of dat het team eerst in de vierde klasse moet doorgroeien. De coach denkt even na en zegt dan: ‘Heel eerlijk? Een club als Corenos is niet toekomstbestendig. En dat bedoel ik niet verkeerd. Het is een euvel waar veel kleine clubs mee te maken hebben. Er is geen constante doorstroming. Talenten kun je niet mee laten trainen of spelen omdat jeugdteams anders met spelerstekorten zitten. De promotie die wij vanuit de vijfde klasse hebben meegemaakt was mooi en verdiend. Als club zijn we echter te klein om in de derde klasse te kunnen blijven spelen. Zo realistisch moet je zijn en gelukkig is iedereen dat in Roodeschool.’
Wat dat betreft heeft Pesiwarissa heel veel respect voor zijn collega Heiko van den Berg. ‘Het is bijzonder knap dat hij het met SC Loppersum telkens weer presteert om zich met een krappe selectie veilig te spelen. Voor onszelf hoop ik dat we in de top van de vierde klasse blijven spelen en de komende seizoenen af en toe een periode pakken. Dat is ook wel weer mooi, want nacompetitie spelen heeft zeker zijn charmes. Dat hebben we wel mogen ervaren. Wat mij betreft is het seizoen voor ons geslaagd als we bij de eerste vijf eindigen.’
En dan tenslotte de vraag hoelang Pesiwarissa nog bij Corenos actief zal blijven. Er wordt wel eens van hem gezegd dat de coach, nu hij aan zijn negende seizoen bij de Roodeschoolsters begint, kennelijk geen ambities heeft. De coach bestrijdt dat. ‘Je kunt ook ambitieus zijn met je eigen club. Het bevalt me nog steeds heel goed in Roodeschool. Ik heb wel eens getwijfeld, maar er moet wel een uitdagende club op mijn pad komen. Een vereniging die iets op lange termijn wil neerzetten. Er zijn al wat gesprekken geweest, maar ik heb daar geen goed gevoel aan overgehouden. Ik ben een opbouwtrainer. En dat hoeft niet per se bij een tweede- of derdeklasser te zijn. Ik voel me niet te groot voor een vijfdeklasser. Daarentegen, een jaartje niks doen is misschien ook niet verkeerd.’
Willem Kluin begint dit seizoen aan een compleet nieuw avontuur. Na de samensmelting van VVSV ’09 uit Ulrum, het Leenster FC LEO en zijn eigen vereniging Kloosterburen ontstond de fusieclub vv De Marne. Het was even afwachten wie leiding zou gaan geven aan de nieuwe vereniging, maar uiteindelijk werd dat Kluin. Hij durft zich niet uit te spreken over waar vv De Marne zal staan. ‘Het is nog veel te vroeg om daar nu al een uitspraak over te doen. Voor ons is het in eerste instantie belangrijk om de verschillende clubkleuren en gevoelens tot één geheel te smeden. Daarna kijken we wel weer.’
Willem Kluin, woonachtig in Uithuizen, heeft in de afgelopen jaren alleen maar regionale clubs getraind. Als hij er eentje moet uitlichten, valt meteen de naam Noordpool UFC. Niet zo verwonderlijk, want hij werd er groot als speler. ‘En als dan het bijzondere moment komt dat je hoofdtrainer van je eigen cluppie mag worden. Dat is toch geweldig?’, zegt hij glunderend. Hij zou vijf jaar aan het geel met zwart verbonden blijven, viel daar in de prijzen en in zijn voorlaatste jaar terug in de vijfde klasse. Na drie jaar Jurrie Smit kwam Kluin nog een keer terug op het oude nest om vervolgens, in eerste instantie samen, met Kloosterburen en RZ Baflo verder te gaan.
Met de Kloosterbuurders trof hij een club waar hij het niet altijd eenvoudig had om op of buiten het carnavalsdorp en sportpark Westerklooster met een aanvaardbare selectie aan te treden. ‘Nee, dat was inderdaad niet altijd even gemakkelijk. Aan de andere kant was de saamhorigheid er wel. En dat was echt niet alleen maar tijdens de carnavalsperiode. Het team ging altijd op alle fronten voor elkaar door het vuur. En ja, soms kwamen ze op bepaalde vlakken te kort zoals conditie en trainingsarbeid. Dat wisten ze echter ook weer te compenseren met het teamgevoel. Als je als trainer naar een hoger niveau wilt, zul je moeten accepteren dat zo’n dorpsclub op die manier naar het voetbal kijkt. Ik kon dat gelukkig vrij snel en heb er weinig problemen mee gehad.’
Na de fusie moesten er drie trainers op zoek naar iets anders. Dat deed ook Willem Kluin. Het optelsommetje was niet zomaar gemaakt. ‘Nee, klopt. Ik heb na de bekendmaking van de fusiedatum mijn plan getrokken, heb ik de boot afgehouden en geprobeerd iets anders te vinden. Ook omdat ik van mening was dat er een frisse, nieuwe man voor de groep moest komen te staan. Uiteindelijk kwamen ze toch bij mij terecht met de vraag of ik de klus op me wilde nemen. Na wat goede gesprekken met alle betrokken partijen en wat bedenktijd heb ik toegezegd.’
Van drie volwaardige selecties uit drie clubs een compleet nieuw elftal neerzetten. Geen eenvoudige opgave, erkent ook Kluin. ‘Moeilijk zat, maar ik kijk niet naar het verleden en bij welke club ze hebben gespeeld. Er staat een volledig nieuwe groep waaruit je een team moet samenstellen. Je moet daarbij niet vanuit de oude clubs denken, maar vanuit je positie bij vv De Marne. Daar hebben we de beker- en de oefenwedstrijden voor. Ik zeg niet dat we bij het begin van de competitie al weten hoe de selectie er uit komt te zien. Die kan er na een aantal maanden zomaar weer anders uit komen te zien. Er zijn genoeg duels waaruit we in eerste aanleg een stuk of negentien spelers zullen selecteren die het seizoen aftrappen.’
Met zijn oude club RZ Baflo, Zeester en OKVC treft hij in de beker drie teams waar hij ook tegen oefent. ‘Tja, dat is dan weer pech hebben. Die komen we twee keer tegen. Dat is helaas niet anders, maar een mooie graadmeter is het wel om te kijken wat onze mogelijkheden zijn. Zeker voor wat betreft de dan beschikbare spelers, wie er met wie kan voetballen, op welke posities dat zou moeten zijn en hoe krijgen we het beste voetbal in de selectie.’
Hoe hij met zijn nieuwe club de competitie in gaat blijft nog een vraagteken, waar vv De Marne staat niet minder. ‘We kunnen in ieder geval zeggen dat we de strijd om de punten onbevangen kunnen beginnen. De gefuseerde verenigingen wisten wel zo ongeveer waar ze stonden. Daar kunnen we nu niet op terugvallen. We hebben met een totaal nieuwe club te maken. Het zal vooral zoeken worden naar evenwicht. Normaal gesproken zou je zeggen dat je met de beste spelers uit elke voormalige club hoog zou moeten kunnen eindigen, maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Niet iedereen heeft namelijk toegezegd om door te gaan.’ Kluin vertelt dat spelers van VVSV ’09 naar hun oude club terug zijn gegaan en dat er bij FC LEO en Kloosterburen ook een deel is afgehaakt.
Het moet bij de fusieclub allemaal nog op zijn plek vallen. ‘Voor de vakantie zag je echt groepjes Ulrumers, Leensters en Kloosterbuurders op het veld staan. Dat verdwijnt al meer naar de achtergrond. Het teamgevoel komt er langzaam in en de beleving is er zeker. Hoe zich dat gaat ontwikkelen? Vraag me over een half jaar nog maar een keer. Misschien heb ik dan wel een antwoord paraat over onze sterkte, hoe snel de jongens zich hebben aangepast en elkaar voetballend hebben weten te vinden. Het heeft nu geen zin om over systemen te praten, wat voor ons het beste werkt en op welke manier we het beste resultaat weten te behalen. Dat is nog een grote, maar wel leuke puzzel die we de komende tijd moeten zien op te lossen.’
Waar het de kanshebbers betreft is Kluin van mening dat GEO misschien wel weer tot de ploegen behoort waar rekening mee moet worden gehouden. ‘Zij hebben een prima seizoen achter de rug en grepen net naast promotie. Ze gaan verjongen begreep ik, dus is het even afwachten hoe dat uitpakt. En natuurlijk moet je een ploeg als het gedegradeerde SV De Heracliden ook niet wegcijferen. Ze hebben een klap te verwerken gekregen en zullen moeten leren dat er in de vijfde klasse andere wetten gelden. Daar wordt een stukje anders gevoetbald en wordt er meer verwacht. Van ZEC verwacht ik ook wel iets. Dat heeft een stel goede spelers. Daarnaast zijn teams als bijvoorbeeld DIO Groningen en Potetos de onbekenden. Het is moeilijk inschatten wat zij in huis hebben.’
Met zijn club mee kunnen draaien zou voor Kluin al mooi zijn. ‘Met een hele goede serie zouden we wellicht mee kunnen doen om een periode. Dan moet je wel een beetje geluk hebben met de tegenstanders die je in die fase van de competitie ontmoet. Lukt dat niet, dan hoop ik dat we in ieder geval een identiteit weten te creëren. Een eigen gezicht krijgen. Dat het verenigingsgevoel er is en we in ieder geval een goede basis hebben neergelegd voor de hopelijk mooie seizoenen die er gaan komen voor vv De Marne.’
Omdat de reacties positief waren, we wel wat verbeterpuntjes vonden maar de podcast over het algemeen goed werd ontvangen en beluisterd, komt EemsmondSport met een tweede aflevering. Deze keer werd de apparatuur opgesteld onder de rook van de Euroborg, de thuisbasis van onze eigen FC Groningen.
Over profvoetbal ging het tijdens deze aflevering overigens maar heel summier. De blik werd vooral gericht op de amateurcompetitie, bijna verdwijnende spelers, vieze voetballers, stadionverboden en waarom ook trainers zich wel eens bezondigen aan dingen die eigenlijk niet op een voetbalveld thuis horen. Uiteraard willen we graag weten of we met de serie Boet’n Spul door moeten gaan. Sterker nog, we stellen reacties zeer op prijs en horen graag wie onze volgende gesprekspartners zouden kunnen zijn. Klik op de afbeelding om naar de tweede aflevering van Boet’n Spul te luisteren.
Zijn roots liggen in Appingedam, hij woont al twee decennia in Groningen en traint op het Hogeland. Duurt Dijkman, medewerker aansluitregister Grootzakelijk bij een energiebedrijf, weet waar hij over praat als het om voetbal gaat. Komend seizoen gaat hij met SV De Heracliden proberen om de afdaling naar de vijfde klasse goed te maken. Het is volgens de coach al te lang maar net goed gegaan in Uithuizermeeden. ‘We moeten de degradatie ook zien als een kans in de ontwikkeling van spelers’, vindt de Stadjer.
Duurt Dijkman voetbalde vanaf zijn zesde bij het voormalige De Pelikanen. ‘Ik heb zelfs nog behoorlijk wat seizoenen in het eerste elftal gespeeld op het niveau van de tweede en de derde klasse. Hoe ik mezelf als speler zou moeten omschrijven? Een nuttige middenvelder met veel loopvermogen. In die periode combineerde ik het voetbal met hardlopen. Ik liep bijvoorbeeld aardige tijden op de 10 kilometer en deed regelmatig mee aan hardloopwedstrijden’.
Op zeker moment maakte je de overstap naar het trainersvak. ‘Ja, vanaf het moment dat ik op mijn achttiende naar de senioren ging, werd ik gevraagd of ik iets in de jeugd wilde doen. Vanaf dat moment heb ik diverse jeugdteams getraind bij De Pelikanen. Op een paar seizoenen na ben ik eigenlijk ieder seizoen als trainer bezig geweest. Dat is nu dus inmiddels al een jaartje of achtentwintig.’ Nadat hij bijna alle categorieën jeugd had getraind, werd de stap naar een tweede elftal gemaakt. Dat werd toen Eems Boys en een seizoen later door de fusie met Neptunia onder de naam NEC Delfzijl. Dijkman: ‘Daar heb ik met het tweede elftal twee promoties mogen meemaken waarin de samenwerking met het eerste elftal van Erwin Heerlijn zeer goed was.’
Behoudens een uitstapje naar SC Scheemda bleef Dijkman altijd in de Noord-Groninger regio actief. Geen bewuste keuze volgens hem. ‘Nee, het is gewoon zo gelopen. Toen ik stopte bij NEC Delfzijl 2 vroeg SC Scheemda mij. Doordat ik natuurlijk veel in deze regio actief ben is de benadering wat gemakkelijker. Daarnaast ben ik geen trainer die ergens kort blijft. Dan is de periode lang in dezelfde regio.’ Na het Scheemder avontuur, waar hij in zijn laatste seizoen bovenaan stond maar de titel misliep door Corona, volgde DVC Appingedam. Daar vertrok Dijkman op het moment dat hij de Damsters naar het kampioenschap had geleid. ‘Nadat in het eerste seizoen er spelers DVC verlieten en wij met een nieuwe jonge groep weer moesten opbouwen, werd de opgave moeilijker. Dat we het vervolgens ieder seizoen een stukje beter deden, om vervolgens in mijn laatste seizoen af te sluiten met een kampioenschap? Dat was natuurlijk prachtig. Ik ben zeer trots op het feit dat ik deze ontwikkeling van deze mooie spelersgroep van dichtbij heb mogen meemaken.’
De oud-Damster zat niet lang zonder club toen SV De Heracliden op zijn pad kwam. Een club met andere uitdagingen die je volgens Dijkman als trainer ook weer vormen. Daar gaat de oefenmeester nu zijn derde seizoen. Na twee redelijk onopvallende voetbaljaren werden de Meisters uit de vierde klasse gewipt. Een teleurstelling die er volgens Dijkman wel zat aan te komen omdat men in Uithuizermeeden al jaren op het randje speelt. ‘Het eerste seizoen was nog redelijk goed. Drie wedstrijden voor laatste speeldag waren we al veilig. Het is desalniettemin erg vervelend en pijnlijk dat de degradatie onder mij is gebeurd. Maar het gaat bij SV De Heracliden al tien seizoenen maar net goed. Vroeg of laat gaat het dan een keer mis.’
Over de oorzaken zegt Dijkman: ‘In de aanloop van het vorige seizoen viel Jeroen Oosterhuis uit met een zware kruisbandblessure. Dat was een fikse aderlating. Sowieso heeft Hera de laatste jaren veel pech met zulke zware blessures bij verschillende spelers. En omdat je met een niet al te grote selectie speelt komt het steeds op dezelfde spelers neer. Een aantal van hen heeft het niet makkelijk gehad in de vierde klasse, die overigens sterker is geworden door onder andere de overstap van zondagclubs en fusies. Daarnaast zaten we ook niet ruim in de keepers. Het is trouwens een compliment aan de groep dat iedereen volle bak bleef gaan. De trainingen bleven goed bezocht en er is tot het einde over het algemeen goed getraind.’
Toen de degradatie een feit was zat Dijkman al snel met zijn spelersgroep om tafel. ‘In dezelfde week hebben we even met zijn allen gezeten om vooruit te kijken. Hera speelt al een decennia onderin en het was vaak tegenhouden, waarbij sommigen op hun tenen liepen. Als we wel erin waren gebleven, waren we waarschijnlijk weer een zwaar seizoen tegemoet gegaan. We moeten de degradatie nu ook als een kans zien. Nu kunnen we in een hoger blok spelen en hebben waarschijnlijk meer de bal. Spelers kunnen zich op een positievere manier ontwikkelen. Fouten worden minder snel afgestraft en het spel speelt zich waarschijnlijk meer op de helft van de tegenstander af. Dat is natuurlijk leuker voetballen.’
Met leuker voetballen kan eind deze maand al een begin worden gemaakt. SV De Heracliden zit voor de beker ingedeeld bij Corenos, Warffum en competitiegenoot Noordpool UFC. ‘Oefenwedstrijden plus’, noemt Dijkman die duels. ‘We proberen ze wel te winnen, maar gebruiken ze ook om dingen uit te proberen. Het liefst spelen we dan ook tegen ploegen die we minder vaak treffen. Maar goed, het is wat het is.’
Dat er nu al geroepen wordt dat SV De Heracliden in de vijfde klasse om de bovenste plaatsen zou moeten meedoen, neemt Dijkman voor kennisgeving aan. ‘We leggen er geen druk op. Laten we eerst maar plezier hebben, lekker voetballen en onszelf ontwikkelen. Meer kansen creëren en doelpunten maken. En net zo belangrijk, vooral minder kansen weggeven en zoveel mogelijk de nul houden. Gaat dat lukken en hebben we een serie overwinningen te pakken? Dan kijken we daarna wel verder. Dat moet vertrouwen geven, want er is in de laatste jaren meer verloren dan gewonnen bij SV De Heracliden. Dan zien we ook wel wie de concurrenten zijn. Ik heb geen vooralsnog geen idee wie ik daar nu voor zou moeten aanwijzen. Voor mij is deze klasse ook nieuw. Het zijn andere derby’s die we krijgen. Daar kijk ik niet per se anders naar. Voor mij zijn het gewoon competitiewedstrijden.’
Binnen de selectie van de Meisters verandert er niet veel. ‘Er zijn nagenoeg geen wijzigingen. Vanuit de jeugd sluiten William Wiersema en Jesse Hiemstra aan. Beiden zijn nog maar zestien jaar en hebben vorig seizoen al redelijk wat speelminuten gemaakt. Zij kunnen zich op dit niveau rustig doorontwikkelen.’ Daarnaast sluit Martijs Delker weer aan na een blessure en is Thijs Tiekstra ook weer op de weg terug na een kruisbandblessure. Frank de Boer blijft ook beschikbaar. Over zijn eigen toekomst zegt de oefenmeester: ‘Ik wil nog wel een stap hogerop zetten als dat op mijn pad komt. Maar ik bekijk mijn toekomst per seizoen. Het belangrijkste is voor mij dat je het als trainer bij iedere club goed afsluit. En dan heb ik het niet alleen over prestaties.’
Voor de voetballer van vandaag heeft de coach ook nog wel een boodschap. ‘Er zijn spelers die het na een teleurstelling of een minder seizoen al snel opgeven. Ze stoppen of maken de overstap naar een vriendenteam. Ik noem dat weglopen voor de situatie en dat is erg jammer. Heb soms geduld en probeer er bovenop te komen. Daar kun je alleen maar beter van worden. In een vriendenteam op laag niveau word je niet meer gecorrigeerd en heb je geen echte voetbaltrainingen meer. Het allermooiste is om op jonge leeftijd in een prestatieteam te voetballen. Je bent maar één keer jong. Haal daar het maximale. Geniet en beleef plezier aan het spelletje. Dan kun je er later met een beter gevoel op terugkijken.’
Bij Omlandia zou men, ondanks het 75-jarig bestaan, het afgelopen voetbaljaar waarschijnlijk het liefst zo snel mogelijk vergeten. De competitie eindigde namelijk in mineur met degradatie naar de vierde klasse. Sportief gezien op de vingers getikt, qua resultaten te weinig laten zien. Met Johan Ghebrehiwot hebben de blauwwitten een nieuwe man in huis gehaald. Of hij de persoon is die het verloren gegane terrein zo snel mogelijk weet te herwinnen? ‘We moeten het verleden in ieder geval achter ons laten. Omlandia slaat een nieuwe weg in’, aldus de oefenmeester.
De geboren en getogen Stadjer, groot geworden bij GRC Groningen, begon op zijn vijftiende als jeugdtrainer. Hij doorliep er de hele jeugdopleiding en deed ook ervaring op bij Be Quick 1887 en FC Groningen, om daarna weer terug te keren bij GRC. Daar was hij de voorbije seizoenen actief als assistent-trainer van het eerste elftal. Omlandia wordt zijn eerste klus als hoofdtrainer. Een stap die hij omschrijft als een zet in zijn eigen ontwikkeling. ‘Omlandia staat bij mij bekend als een club waar ambitie en ontwikkeling hand in hand gaan. Dat sprak mij direct aan. En in de gesprekken met spelers, de technische commissie en het bestuur voelde ik veel vertrouwen en openheid. Dat gaf mij een goed gevoel bij de club en haar ambities. En ik was ook wel toe aan een nieuwe uitdaging.’
De 29-jarige gezinsondersteuner bij WIJ Groningen krijgt meteen te maken met een klus die niet eenvoudig gaat worden. De witblauwen werden min of meer uit de derde klasse geknikkerd en zal zijn ambities dus in de vierde klasse moeten zien te etaleren. Zijn team wordt door de buitenwacht nu al tot de favorieten voor de titel bestempeld door collega’s. Ghebrehiwot trapt meteen op de rem. ‘In de afgelopen jaren heb ik veel geleerd. Niet alleen van kampioenschappen, maar ook van degradaties. Je moet dus nooit vooraf van alles gaan roepen. Natuurlijk heb ik alles wel van een afstandje gevolgd en weet ook wel wat er heeft gespeeld. Ik had regelmatig contact met de technische commissie en de toenmalige staf. Ik kan echter niet oordelen over situaties waar ik niet bij ben geweest. Dat wat er is gebeurd ligt echter achter ons. We moeten de blik op de toekomst richten.’
Hoe hij als trainer tegen het spelletje aan kijkt, doet Ghebrehiwot als volgt uit de doeken. ‘Ik ben een trainer die veel bezig is met het bedenken van een afwisselende oefenstof. In mijn ogen is het belangrijk dat spelers met plezier trainen, maar ook weten wat ik van ze verwacht.’ Hij krijgt in ieder geval te maken met wijzigingen binnen de selectie. Er zijn vijf spelers gestopt. Sem Hovenkamp, Fabio Marongiu, Lars Venhuizen (Velocitas), doelman Lars Heukers (Lycurgus)n en Levi van der Velde hebben afscheid genomen. Doelman Keano de Bruin (GVAV Rapiditas), die de strijd met Thijmen Kiel zal aangaan, Sem Schaaphok (De Fivel) en Ruben Keizer (Farmsum) zijn er van buitenaf bijgekomen. Daarnaast zijn er meerdere spelers uit de jeugd die de stap naar de eerste selectie hebben gemaakt.
Wat de kansen van Omlandia zijn om de weg omhoog na één seizoen weer in te slaan is voor de beginnende hoofdcoach moeilijk in te schatten. ‘Vrijwel alle clubs zijn nieuw voor mij, dus moet ik eerst een beetje ontdekken hoe de verhoudingen werkelijk liggen. Ik kan daar dus eigenlijk nog niks over zeggen.’ Hij hoopt in ieder geval een elftal neer te zetten dat herkenbaar voetbal speelt en een seizoen meemaakt waarin iedereen zich maximaal ontwikkelt. ‘Het is belangrijk dat we als team herkenbaar voetbal spelen. En het is natuurlijk ook het jubileumjaar van Omlandia, dus ik verwacht een mooie en positieve sfeer binnen de club. In het voorjaar van 2027 gaat Omlandia ter afsluiting van het jubileumjaar een wedstrijd organiseren tussen oud-Omlandianen. Misschien dat men dan wel weer met een bredere glimlach op het sportpark in Ten Boer rondloopt. Als het aan Ghebrehiwot ligt wel, al vindt hij er dan ook op hameren dat zijn nieuwe club in eerste instantie plezier en positiviteit moet uitstralen. ‘Dan komt de rest ook wel’, vindt de Stadjer.
Uitschieters naar boven en naar onderen. Derdeklasser SC Loppersum heeft ze allemaal voorbij zien komen het afgelopen seizoen. In het competitiejaar 2021/2022 viel de ploeg van huidig trainer Heiko van den Berg, die aan zijn vierde seizoen begint bij de Lopsters, voor het laatst in de prijzen. Daarna was het steeds over de schouder kijken, zorgen dat handhaving werd gerealiseerd. Over de doelstelling van dit seizoen is de oefenmeester duidelijk. In zijn vierde jaar ziet hij dat het er zeker niet gemakkelijker op gaat worden. ‘We zullen er meteen moeten staan. Anders gaan we het lastig krijgen. Het ligt allemaal erg dicht bij elkaar. Ik zou graag roepen dat we kampioen gaan worden, maar echt realistisch is dat niet.’
SC Loppersum heeft een seizoen gehad waarin wisselvallig werd gespeeld. Wedstrijden gingen soms onnodig verloren of werden op het laatst nog uit handen gegeven. ‘We hebben ons op de laatste wedstrijddag pas veilig gespeeld. Dat had al veel eerder gemoeten. Toch kijk ik met een positief gevoel terug. Meerdere spelers hebben zich goed ontwikkeld en nemen steeds meer het voortouw. We wisten dat we in ervaring hadden ingeboet en hebben dit toch goed opgevangen.’
Het heeft volgens hem ook met de tegenstander te maken. ‘Een duel tegen NEC Delfzijl is bijvoorbeeld een derby. Zij zijn voetballend verder dan SC Loppersum, maar op werklust wisten we die wedstrijd wel te winnen. Daarbij voetbalden we ook nog goed en scoorden op de juiste momenten. Tijdens de wedstrijd bij ons waren ze heer en meester en hadden we weinig in te brengen. Iedereen bij ons moet elke wedstrijd alles geven, hard werken en nooit verzaken. Dan maken we het elke tegenstander lastig. Het scorend vermogen moet ook omhoog. In meerdere wedstrijden hebben we in de eerste tien minuten enorm grote kansen gekregen om snel op voorsprong te komen. Bij Groen Geel hadden we met 0-2 voor moeten staan maar maken de doelpunten niet. Wedstrijden moet je dood maken bij een voorsprong. Bij Helpman uit staan we op 0-2 en dat tien minuten voor tijd. We verliezen daar met 3-2. Dan maak je het jezelf onnodig moeilijk.’
Ieder jaar voor handhaving moeten knokken lijkt zwaar, maar is volgens Van den Berg ook de realiteit. ‘Zonder aanwas uit eigen jeugd en het stoppen van meerdere ervaren jongens is de selectie verder uitgedund. We moeten het doen met een groep van ongeveer twintig spelers en dat is soms lastig. Je kunt als trainer ook voldoening halen uit het behalen van andere doelstellingen, het ontwikkelen van spelers en de spelersgroep. We hopen elk jaar weer een stap te maken om beter te worden en dan langzaam weer mee te doen om een periode of kampioenschap. We gaan deze competitie in ieder geval om een periode spelen. Anders hoef je niet aan de competitie te beginnen. Het doel van SC Loppersum is in ieder geval om in de derde klasse te blijven. Dat moet in ieder geval met nagenoeg dezelfde selectie gebeuren. Nils Haak komt over van NEC Delfzijl en Tiemen Dijk van Stedum. Zoals bekend zijn Peter Heeres en Jeffrey Leegstra gestopt. En dat was het dan wel voor wat betreft de wijzigingen.
Het is ook een beetje het probleem van SC Loppersum. Er breekt te weinig door vanuit de jeugd. Van den Berg: ‘De club werkt er hard aan om de jeugdafdeling weer op volle kracht te krijgen. Soms moet je wat geluk hebben met iemand die in het dorp komt wonen en graag in de selectie wil spelen. Wat gewoon knap is dat we het doen met clubmensen en spelers uit de eigen vereniging. We gaan niet overal lopen lobbyen om spelers te halen. Je wilt voor SC Loppersum spelen of niet. Zo moet je ook in de groep passen. Daarbij is er een hoop vastigheid. Een groep die al jaren samen speelt met een trainer die voor het vierde jaar voor de groep staat. We weten wat we kunnen en wat we aan elkaar hebben.’
De oefenmeester vindt dat de derde klasse op papier weer iets sterker is geworden met meerdere degradanten uit de tweede klasse. Maar dat zegt volgens Van den Berg ook niet alles. ‘De drie periodekampioenen van vorig seizoen zitten er allemaal nog bij. Ik denk dat er geen enkele zwakke broeder meer tussen zit. Een uitgesproken favoriet heb ik ook niet. In mijn ogen zijn er wel zes kanshebbers. Vanaf de start van de competitie zul je met je team klaar moeten zijn anders ga je het lastig krijgen. Het ligt allemaal erg dicht bij elkaar.’
SC Loppersum komt in ieder geval weer een aantal oude bekenden tegen zoals bijvoorbeeld DVC Appingedam en NEC Delfzijl. ‘En die ontvangen we weer met open armen. Tegenstanders vinden het echt niet fijn om in en tegen SC Loppersum te spelen. Ze weten dat ze dan een zware middag krijgen. En voor wat de nieuwelingen in de klasse betreft? Wij zijn voor FC Assen, GVAV Rapiditas en LTC ook een onbekende. FC Zuidlaren kennen we nog van twee seizoenen terug. Toch is het mooi om weer eens andere tegenstanders te treffen.’
Van den Berg wil met zijn team proberen om verzorgder en met meer balbezit te spelen. Voor de rest wil hij de spelopvatting van zijn ploeg niet teveel wijzigen. De kracht en kwaliteit van dit team is de enorme wilskracht en beleving die ze op kunnen brengen om wedstrijden te winnen. Daarnaast ontwikkelen meerdere spelers zich en doen ze ervaring op. De verantwoording komt dit seizoen bij deze spelers te liggen en die pakken ze op. Alle spelers zijn weer een jaar ouder, verder en sterker. Hopelijk kunnen we dat ook in punten en beter voetbal omzetten.’
De ervaring zit hem binnen het team vooral bij spelers als Rik Buikema en Diederik Dijk, terwijl jongens als Olaf Sleurink en Tim Maneschijn zich steeds meer gaan manifesteren. Daar zouden de wat minder ervaren spelers zich aan op kunnen trekken. Lijkt een eenvoudig optelsommetje, maar het vraagteken blijft. ‘ Tijden veranderen, vroeger wou je ten koste van alles in het eerste elftal spelen. Zo hoog mogelijk. Je luisterde naar de ervaren en betere spelers. Spelers trekken tegenwoordig sneller hun eigen plan. Ook een de rol van een trainer is heel anders geworden. Je moet de spelers raken en zorgen dat ze met plezier trainen en voetballen. Als de sfeer en het plezier goed zijn binnen de selectie, kom je op dit niveau een stuk verder dan alles tactisch voorkauwen en ze er vervolgens niks van begrijpen. Je kunt nog zo’n goede veldtrainer zijn, als ze dat niet in zich hebben, ga je geen resultaat behalen. In de staf zijn Henk Buikema en Rob Sleurink wat mij betreft belangrijke pionnen. Zij kennen de jongens van kleins af aan en houden ze vaak een spiegel voor.’
Voordat het om de punten gaat, wacht eerst nog de bekercompetitie. ‘Met HSC en BATO treffen we weer eens andere tegenstanders om tegen te spelen. Tja en NEC Delfzijl? Die komen we nu voor het derde jaar op rij tegen. Dat is dan wel weer jammer. Het zijn wel drie mooie wedstrijden om te spelen voor aanvang van de competitie. Het zou voor ons wel leuk zijn als we weer eens een ronde verder weten te komen In de aanloop naar de start van het seizoen. We hebben er zin in. Iedereen is weer fris en de vakanties zijn zo goed als voorbij. Er komen mooie wedstrijden met leuke tegenstanders aan. We overwinteren dit jaar in Sevilla en hopen een goed seizoen te draaien.’