Het Zandeweerster ZEC was afgelopen seizoen in de race voor een terugkeer naar de vierde klasse. Uiteindelijk slaagde de ploeg van trainer Jur Smit er niet in om die sprong te maken. ‘Misschien hadden we in de nacompetitie de penalty’s beter moeten nemen’, blikt Jur Smit terug. Dit jaar viert de oefenmeester zijn 40-jarig jubileum als trainer. Opmerkelijk feit is dat het hem nog nooit is gelukt om met een van zijn clubs kampioen te worden. Wellicht slaagt hij er samen met het eveneens jubilerende ZEC dit seizoen wel in om de stap omhoog te zetten.
ZEC viel in het seizoen 2024/2025 na twee voetbaljaren roemloos uit de vierde klasse. In de voorbije competitie herstelde de ploeg zich onder Winsumer Jur Smit. De conciërge van het Kamerlingh Onnes in Groningen wist de ploeg weer aan het voetballen te krijgen en de zon begon spreekwoordelijk weer te schijnen. Uiteindelijk eindigde ZEC op de vierde plaats en mocht het via de nacompetitie proberen om weer in de vierde klasse terug te keren. Het bezoekende LEO uit het Drentse Loon versperde na een lange strafschoppenserie echter de weg naar de finale en het zo felbegeerde ticket. En dus moeten de Zandeweersters het dit seizoen opnieuw proberen. Een teleurstelling volgens Smit die niet aan de instelling van de spelersgroep te wijten was. ‘Zeker niet, die was fantastisch. Een oorzaak aanwijzen is niet zo eenvoudig als het lijkt. Die heb ik zelfs nu niet even paraat. Of het moet al zijn dat we de penalty’s tegen LEO beter hadden moeten nemen.’
Jur Smit staat bekend als iemand die geen blad voor de mond neemt. ‘Dat klopt helemaal. Duidelijkheid en direct zijn heeft zijn voordelen, al kleven er ook nadelen aan. Soms moet je wel eens schipperen omwille van het team of omdat de situatie er om vraagt. Je moet niet vergeten op wat voor niveau we acteren. Dan heb je ook nog de inbreng van het team die soms van de regels wil afwijken omdat het op dat moment de beste oplossing is. Daar moet je als trainer wel voor open staan. Ik verwacht echter dat afspraken die we maken nageleefd worden. Daar wordt niet aan gemorreld.’
Voorbeelden van excuses waar je bij de oefenmeester niet mee moet aankomen zijn er voldoende. ‘Studie of werk is een reden om af te zeggen. Al wordt daar soms ook wat te gemakkelijk mee omgegaan. Ik laat meestal wel merken dat ik het vreemd vind als men afzegt voor een verjaardag van opa of oma, een etentje, een koppelviswedstrijd of niet over vervoer kunnen beschikken. Men denkt naar eigen goeddunken dat dit een reden is om af te zeggen. Ik leg me er bij neer, maar denk er wel het mijne van. Je kunt er van alles van vinden en blij zal ik er ook niet van worden, maar stelregel is nog altijd dat je het moet doen met de mensen die er wel zijn.’
De man die vrijwel altijd met voetbal bezig is, heeft al wat clubs op zijn CV staan. Daaronder bevinden zich de regionale clubs als Warffum, Noordpool UFC en Poolster. Verenigingen waar hij prettige herinneringen aan over heeft gehouden en nog altijd met open armen wordt ontvangen. Over zijn directe benadering zegt de Winsumer: ‘Ik hou van duidelijkheid en verbaas me wel eens over zaken die op en vooral rond het veld plaatsvinden. ‘Er kunnen momenten zijn dat je als speler, trainer of bestuur tegen meningsverschillen aan loopt. Daaruit worden in mijn ogen vaak conclusies getrokken of beslissingen genomen dat ik denk, waar hebben we het over. We spelen op amateurniveau. Wat ik er van denk als een trainer de laan uit wordt gestuurd? Zo’n man doet zijn werk naar eer en geweten. Misschien had een bestuur vooraf zijn huiswerk beter moeten doen om te kijken of het profiel van de beoogde coach wel goed bij de club past.
En kennelijk past het groen met wit wel bij Smit. Hij heeft in zijn eerste jaar iets weten te bewerkstelligen binnen de dorpsclub en hoopt er in zijn jubileumjaar de vruchten van te plukken. ‘Mijn idee over het spelletje is misschien anders, maar de invulling blijft het zelfde. Je wilt als trainer het maximale uit spelers zien te halen. Ik heb het geluk dat ik al jaren in het onderwijs werk en dat je de veranderingen in hun beleving en instelling van dichtbij meemaakt. Men vindt tegenwoordig niet alleen voetbal leuk. Er komen zoveel andere dingen om de hoek kijken. Er wordt vaak voor iets anders gekozen dan spelen voor de eigen vereniging. Dan mis ik soms de toewijding om alles voor hun cluppie te geven. Daarnaast is voor sommige spelers zelfreflectie wel eens heel moeilijk, terwijl daar juist heel veel uit te halen is om beter te worden.’
De Zandeweersters nu te maken met de degradanten SV De Heracliden en De Fivel, het onbekende GEO en bijvoorbeeld nieuweling VV De Marne. Over de kansen voor zijn ploeg zegt Smit: ‘Beide eerstgenoemde verenigingen zijn kandidaten voor de bovenste plaatsen. Van GEO heb ik begrepen dat ze gaan verjongen. Met de nog altijd aanwezige selectie zullen ze zich echter ook wel weer bovenin melden. Van fusieclub vv De Marne verwacht je dat er een selectie ontstaat die zich eveneens wil meten met de bovenste plaatsen. Dus verwacht ik dat we ons met de andere ploegen kunnen opmaken voor een pittige competitie, dat we ons hopelijk op een net zo mooie competitie als afgelopen jaar kunnen verheugen en ons net zo kunnen profileren.’
In de selectie van ZEC zal alleen Elvis Hedzic ontbreken. De steunpilaar in de defensie van de groenwitten is naar BATO vertrokken. Nieuw zijn Melvin Buurlage (VVG), Martin Swart (Usquert), Ibo Doornbos (Noordpool UFC) en Dillan Westerink (Blauw Geel ’15). Smit verwacht komend seizoen iets extra’s van de jongens met de nodige ervaring. Hij ziet in aanvoerder Kjell Posthumus bijvoorbeeld een echte leider. ‘Het is daarnaast ook een fantastische gozer voor trainer en ploeggenoten. Hij is verbaal sterk, ziet het spel en heeft een duidelijke mening. Daarnaast hebben we met Kevin ‘Messi’ Lantinga, Melvin en Youri Buurlage een aantal jongens die verbaal altijd wel aanwezig zijn en ook de kwaliteiten hebben om iets extra’s aan het team toe kunnen voegen.’
Los van het feit of ZEC in staat moet worden geacht om opnieuw een gooi naar de prijzen te doen, is voor Smit het seizoen geslaagd als niet alleen de randvoorwaarden, maar ook prestaties en instelling van de spelers kloppen. ‘Op het moment dat je aan het einde van de rit kunt zeggen, er zat een idee achter de manier waarop wij wilden spelen en dat hebben we weten uit te voeren? Dan weet je dat we het goed hebben gedaan. We moeten als groep plezier uitstralen. Laten zien dat we een eenheid zijn en saamhorigheid tonen. Dat zijn voor mij binnen ZEC toch wel de belangrijkste kernpunten. Het is een kleine vereniging waarin we alles samen moeten doen. Dat geldt voor het eerste elftal, het tweede team en ook de dames. Daar hoop ik dan wel een steentje aan bij te hebben kunnen dragen. Als je alles geeft en je verliest, dan verlies je ook weer niet maar was de tegenstander gewoon beter.’ (foto: ©Milou van der Meer / Studio Fleurig).


