‘Laat ik de eerste zijn die het toegeeft als 35-plusser. Ik snap geen bal van Jutta Leerdam’, luidde de tekst van een column die door Angela de Jong is geschreven voor het AD. Waar de 49-jarige ‘pisse-vinaigre’, die zich 27 februari vijftiger mag noemen, dit vandaan haalt? Omdat de Nederlandse ijskoningin zich niet gedraagt zoals de gemiddelde zure sneuneus van haar verwacht. Jutta Leerdam heeft altijd haar eigen route gevolgd. En dat heeft geleid tot Olympisch goud na wat waarschijnlijk de mooiste rit uit haar schaatsleven is geworden.
door Nanko Kiel
Weet u trouwens wat een ‘pisse-vinaigre’ is? Het is de Franse benaming voor een azijnpisser. Iemand die chronisch negatief, chagrijnig of zeurderig is en zich voortdurend uit in zure commentaren. Iemand die constant over alledaagse ergernissen valt en zelfs positieve gebeurtenissen in het negatieve weet te trekken. Ik kom ze wekelijks tegen, wordt regelmatig op verhalen gewezen waar je de tenen krom van in de schoenen gaan staan. Moeten we er gewoon geen aandacht aan schenken?
Je kunt azijnpissers in allerlei vormen tegenkomen. Wat bijvoorbeeld te denken van de voetbalsupporter die standaard in je nek staat te hijgen dat het eigenlijk allemaal waardeloos is wat er op het veld gebeurt? Dat spelers niet eens weten met welk been ze eigenlijk tegen een bal moeten trappen. En het gekke is, je kunt ze niet ontwijken. Op de een of andere manier weten ze je altijd weer te vinden. En krijg je weer een ander zuur riedeltje te horen. Jaren geleden was er iemand die iedere zaterdag met zijn klapstoeltje onder de arm naar het voetbalveld kwam in de plaats waar ik toen woonde. Hij koos strategisch positie om vervolgens alles en iedereen de grond in te boren. Je zou hem kunnen kwalificeren als de notoire azijnpisser. Iemand die zijn gal spuwt zonder te weten waarom of naar de achtergronden te kijken. Soms vraag ik me wel eens af waarom zo iemand zich op een sportcomplex vertoont. Kun je die niet gewoon de toegang weigeren?
Afgelopen weekend trof ik er eentje in Delfzijl. Samen met nog enkele honderden liefhebbers stonden we in de dichte mist naar een schimmenspel te kijken tussen de buurverenigingen DVC Appingedam en NEC Delfzijl. Ik was nog niet eens op het sportpark toen mij al duidelijk werd gemaakt dat dit niks kon worden. Het was veel te koud, je kon amper een bal zien en spektakel hoefde ik niet te verwachten. Het werd 1-1 en ja, groots was het allemaal niet. Dezelfde persoon trok me na afloop aan mijn jas en zei; ‘Geen bewegende beelden zeker vandaag? Dat is maar goed ook, want je zou snel klaar zijn met het monteren daarvan. Ik had toch voorspeld dat het een grote teleurstelling zou worden?’ Toen ik hem antwoordde dat ik in de loop der jaren heel wat slechtere wedstrijden had gezien, bleef het angstvallig stil. Alsof hij naar iets zocht om zelfs die constatering te ontkrachten. Het lukte hem niet. En ik heb niet de moeite genomen om er op te wachten.
Azijnpissers die willen scoren maak je ook regelmatig online mee. Dat heb je nou eenmaal met de opkomst van de social media. Daarachter verschuilen zich de toetsenbordridders die hun eigen moraal prediken. Of hun kritiek nou wel of niet gegrond is boeit ze niet. Ze gaan zich even flink te buiten omdat negativiteit kennelijk beter leest. Elke vorm van objectiviteit ontbreekt. Zeuren om te kunnen zeiken noem ik dat. Bijvoorbeeld over kleinigheden vallen en er vervolgens iets groots van maken. Het is de eeuwige zuurpruimerij van mensen die eigenlijk weinig positiefs te melden hebben, zelfs als er iets wordt gelanceerd waarvan men op voorhand al denkt te weten dat het niets kan worden. Je leert er mee leven. Als je het hoofd iets te ver boven het maaiveld uit steekt, loop je in de huidige maatschappij nou eenmaal het risico dat je gekortwiekt wordt. Met of zonder onderbouwing? Doet er niet toe.
Natuurlijk mag je een eigen mening hebben. Sterker nog, ik ben daar een groot voorstander van. ‘Kritisch zijn mag, maar doe dan ook iets om het beter te maken’, zei iemand tegen mij toen het onderwerp een keer ter sprake kwam. Sommige mensen zouden hun brillenglazen of lenzen echter eens flink moeten oppoetsen. Veel verder durven kijken dan hun zure neus lang is. Er is een gezegde dat luidt; ‘Zure azijn schaadt zijn eigen kruik.’ Het betekent dat de azijnpisser vooral zichzelf benadeelt met zijn negatieve houding. Zo lang je niet weet hoe je eigenlijk zou moeten reageren op iets waarvan je de ins en outs niet kent, kun je twee dingen doen. Ga je eens goed in de materie verdiepen of, en dat zou voor sommige azijnzeikers een nog betere uitkomst zijn, doe er verder het zwijgen toe. Zo, ik heb mijn gal ook even gespuwd. En voordat u mij nou als azijnpisser neerzet, ik zal het nooit weer doen.


