Column

JE MOET ER WAT VOOR OVER HEBBEN
De mensen van EemsmondSport zijn wekelijks op pad om verslag te doen van sportieve gebeurtenissen in de regio of anderzijds voor de stichting bezig te zijn. Daarbij krijgen we regelmatig de vraag gesteld of dit allemaal op vrijwillige basis gedaan wordt en wat onze drijfveren zijn. ‘Je moet wel helemaal gek van sport zijn om zoiets in weer en wind te doen. Je moet het er maar voor over hebben’, wordt er dan gezegd. Daar zit wel een kern van waarheid in. We nemen u mee naar een voor ons ‘normale’ sportzaterdag.

Toen we tien jaar geleden begonnen, telden we wekelijks zo’n driehonderd unieke bezoekers, zoals dat in webstatistieken zo mooi wordt weergegeven. Iemand die in een bepaalde periode minimaal één keer onze website had bezocht. Voor een dergelijk aantal halen we nu onze neus op. Zo ijdel zijn we dan ook wel weer. En dat mag, want een gemiddeld verslag levert al snel vier- tot vijfduizend hits op. Met flinke uitschieters naar boven als er ook nog eens bewegende beelden bij zitten. Dankzij onze cameraman Alex Warners, die ooit op het idee kwam om hier een begin mee te maken. Zo’n unieke bezoeker troffen we onlangs op een van de vele voetbalvelden die we onderhand met de ogen dicht weten te vinden. Hij stond vlak achter ons terwijl we onze spullen in gereedheid brachten voor reportage nummer 358 of iets in die richting.

‘Ik ben voetbalsupporter, dus ik heb het er wel voor over om hier in de regen te staan, maar waarom doen jullie dit? En is dat allemaal op vrijwillige basis?’, wilde hij weten. ‘Omdat we het leuk vinden om te doen en omdat we de amateursport een warm hart toedragen. En ja, wij zijn inderdaad vrijwilligers’, gaf ik als antwoord. Even was het stil, maar al snel kwam de volgende vraag om de hoek zeilen. ‘Maar wie betaalt al die apparatuur dan die jullie elke week meeslepen?’ Nou, dat halen we deels uit sponsoring. Omdat er ook bedrijven zijn die het waardevol vinden wat wij aan het doen zijn. Voor het overgrote deel zijn het echter allemaal privé-spullen die onze mensen gebruiken. En dus moet je wel een beetje gek van sport zijn om dat op vrijwillige basis te doen. Maar geldt dat niet voor iedere vrijwilliger? In welke tak van sport dan ook? In die antwoorden kon de vragensteller zich wel vinden. ‘En toch is het heel bijzonder wat jullie doen. Het is hartstikke mooi om ’s avonds op de bank te zitten en nog een keer te beleven wat je ’s middags hebt gezien.’

Dat compliment staken we maar al te graag in onze binnenzak, die door de voortdurende regenval al behoorlijk nat was geworden. Net als de foto- en filmcamera die we bij ons hadden. Die vochtige bedoening deed een voorzichtige vloek aan de lippen van onze eigen Roger Deakins ontsnappen. U weet wel, die vrij beroemde cameraman van onder andere de Bond-film Skyfall. ‘Dit is toch geen doen meer. Ik denk niet dat het wat wordt met de beelden’, liet hij zich enigszins mopperend ontvallen. Nou ken ik hem wat langer dan vandaag, dus vertelde ik hem dat het wel wat zou meevallen. En anders? Tja, dan was het dikke pech hebben.

Doorweekt als we waren stonden we na het laatste fluitsignaal, met een dak boven ons hoofd, nog wat interviews te doen en daarna was het klaar. Terwijl we inpakken zien we twee plasjes water liggen op de plek waar we net hebben gestaan. Verkleumd en nat tot op het bot gaan we naar huis. Daar begint de volgende fase van de sportdag. De beelden moeten geknipt, geplakt, gemonteerd en geëxporteerd worden. Daarna nog ‘snel’ even een verhaal maken en een passende foto zoeken. Rond tien uur in de avond is die ene wedstrijd dan eindelijk online gezet. Kan onze vragensteller de benen op de bank gooien en nog een keer bekijken wat hij al heeft gezien. We zijn dan inmiddels negen uur bezig geweest. Je moet het er maar voor over hebben.

Een etmaal later vis ik tussen de vele mails met sportverhalen een berichtje weg. ‘Het was leuk om gister even met jullie te praten. Ik heb nu wel een aardige indruk gekregen van jullie werkwijze. En bedankt voor de fraaie beelden en het verslag. Het was opnieuw genieten geblazen.’ Het mailtje komt van onze vragensteller. Ik bedank hem voor de complimenten en beloof zijn bericht door te sturen naar cameraman Alex. Die reageert via Whatsapp met wat emoji’s, zoals dat in dit digitale tijdperk hoort, en zegt daarbij; ‘Kijk, dat is mooi. Daar doen we het tenslotte voor.’ Kennelijk is hij zijn gemopper van een etmaal eerder al weer vergeten. En terecht, want het zag er weer gelikt uit. En als je hem een week later weer vraagt om beelden te maken, staat ie weer langs de lijn of ergens in een sporthal. Net zoals al die andere mensen die meer dan eens voor EemsmondSport op pad zijn, in welke hoedanigheid dan ook. Waar het bestuur alleen maar ontzettend veel waardering voor heeft. Topsport is het niet wat ze doen, maar toppers zijn het wel. Je moet er tenslotte wat voor over hebben.

 

VROEGER WAS ALLES BETER
Vroeger was alles beter. Dat was althans het eerste wat in mij opkwam toen me werd gevraagd een mening te geven over de voetballers van heden ten dage. Vroeger baalde je een heel weekend als het voetbal vanwege de weersomstandigheden werd afgelast. Dan was je niet te genieten en zat je hopeloos met jezelf in de knoop. Niet wetende hoe je die voetballoze dagen nu moest invullen. Voetbal was toen alles. Daar leefde je een hele week naar toe. Daar had je veel voor over en liet je nog meer voor liggen.

Ik vergeet nooit meer iemand als Peter Zandt uit Appingedam. De man die de Noorderrondrit op de schaats reed, van het ijs stapte en zich vervolgens met voetbaltas bij het veld van het toenmalige De Pelikanen kwam melden omdat hij nog wel trek had in een oefenwedstrijdje. De man die, toen hij al in de veertig was, nog steeds deel uit maakte van het eerste elftal van Poolster uit Spijk. Toen iemand hem vroeg of het niet een keer tijd was om te stoppen, diende hij de vragensteller meteen van repliek; ‘Zo lang iemand van achttien jaar niet in staat is om mij er bij een sprint uit te lopen, blijf ik staan.’ Hij is voor mij het voorbeeld geworden van de gedrevenheid van een sporter uit die tijd.

Decennia geleden kon je spelers nog voor een ongewone opdracht de wei insturen. Ik had er zo eentje toen je nog zonder allerlei puntensystemen en diploma’s een elftal op zaterdag mocht begeleiden. Voetbaltechnisch waren er geen aanknopingspunten die hem snel hogerop zouden brengen, maar werklust toonde hij altijd wel. Ik vertelde hem een keer vlak voor een wedstrijd dat hij maar één ding hoefde te doen. Hij moest de speler uitschakelen die er dat seizoen al meer dan twintig in had liggen. ‘Het maakt mij niet uit wat hij doet of waar hij heen gaat, jij volgt hem. Desnoods tot in het toilet’, hield ik hem voor. Binnen een kwartier was het gedaan met de aanvaller. Hij was zo geïrriteerd geraakt door de straffe dekking dat hij een klap uitdeelde en door zijn eigen leider van het veld werd gehaald. De grijns die er na afloop op het gezicht van mijn speler verscheen was me nog veel meer waard dan de zege die we uiteindelijk wisten te boeken. Hij had het team op zijn eigen manier geholpen. Dat kon toen allemaal.

In het holst van de vrijdagnacht op je knieën uit het raam zitten staren en maar hopen dat het niet al teveel zou regenen. Zonder echt gelovig te zijn bidden of de wedstrijden van de volgende dag alsjeblieft door mochten gaan. Vertel dat soort dingen maar eens aan de huidige generatie voetballers. Die kijken je met een ongelovige blik in de ogen aan als je dat soort herinneringen ophaalt. Voetballers zitten tegenwoordig heel anders in elkaar. Het zijn eigengereide mensen geworden. Een niet onaanzienlijk deel denkt het allemaal zelf wel te weten. Dat ze de voetbalsport hebben uitgevonden. En als je iemand toebijt dat hij beter een doelpaal kan gaan dekken omdat die tenminste niet bij hem weg kan lopen? Grote kans dat je allerlei verwensingen naar je hoofd krijgt en er daags na de wedstrijd een individueel of groepsgesprek met de trainer en een afvaardiging van het bestuur volgt. Want ja, dat soort cynische opmerkingen pikken we tegenwoordig niet meer.

De omgang met spelers en de communicatie onderling is anders dan vroeger. Verbale correcties, hoe hard ze soms ook waren, werden toen gewoon geaccepteerd. Dan deed je daarna je stinkende best om het beter te doen. Tegenwoordig wordt zoiets meteen als een aanval op de persoon gezien. Zijn vrienden ineens geen vrienden meer, lopen spelers naar andere clubs en moet er op bestuurlijk niveau heel wat geouwehoerd worden om alles weer recht te breien. Als dat tenminste lukt. In het ergste geval wordt de term ‘in goed overleg’ gebruikt om aan te duiden dat de trainer op de keien is gezet omdat dit nou eenmaal gemakkelijker is dan het verlies van leden te accepteren.

De veranderingen in de voetballerij zijn de afgelopen decennia hard gegaan. Vroeger zaten er om half acht in de ochtend een stuk of zeven spelers op mijn tuinhek te wachten tot ik ook een keer uit bed rolde voor een wedstrijd die om tien uur begon. Vroeger ging je met een paar gulden weg en was je de hele zaterdag onder de pannen omdat je de andere wedstrijden ook wilde zien. Dan kwam je rond een uur of zes weer thuis. Vermoeid, uitgedroogd en hongerig, maar wel met een voldaan gevoel. Het was weer een heerlijke voetbaldag geweest. Tegenwoordig wordt er vaak een wedstrijd gespeeld, zoekt men snel de kantine op, stroomt het bier rijkelijk uit de tap en hoort men pas veel later wat de rest van de teams heeft gepresteerd.

We leven tegenwoordig in een cultuur waarin niets meer als vanzelfsprekend wordt aangenomen. Waar een vraag een wedervraag uitlokt, een rake opmerking van een trainer meteen als kritiek wordt ervaren. Een beetje zelfreflectie en incasseringsvermogen is ver te zoeken. Naar een andere club gaan? Dat deed je alleen maar als je ging verhuizen. Maar was vroeger daarom alles beter? De mens verandert met de jaren en de cultuur verandert met hem mee. Vroeger was alles niet beter, maar anders. Opvoeding en tijdsgeest zijn sterk bepalend voor het gedrag van de huidige generatie voetballers. Het maakt dan ook dat het eigenlijk niet eerlijk is om een morele vergelijking te maken met hoe het ooit is geweest. Hoezeer we soms ook verlangen naar die goeie, ouwe tijd…

 

IS DE VOETBALSPORT ECHT AAN HET VERROTTEN ?
Geschokt, verontwaardigd, boos en verbaasd. Zo reageerden een hoop mensen op de beelden van de ordinaire schoppartij tussen de vijfdeklassers Meedhuizen en Muntendam. Daags na de incidenten in het dorp onder de rook van Delfzijl wordt er nog steeds gereageerd op de heftige beelden die de social media zo’n beetje hebben geregeerd. ‘Gelukkig heb ik niks met voetbal en ik hoop mijn kleinkinderen ook niet in de toekomst. Er zijn leukere sporten’, ‘In de rugbysport zul je dit niet zien’ ‘De voetbalsport is aan het verrotten’ en ‘Uit de competitie gooien die club. Die gasten sporen niet’, luiden sommige reacties.

Voetbalwedstrijden worden helaas regelmatig ontsierd door incidenten. Daarvan zien we op de beeldbuis genoeg voorbeelden. Er wordt in stadions met vuurwerk gegooid, supporters raken slaags, de confrontatie met de politie wordt opgezocht, straatmeubilair, etalageruiten en auto’s worden vernield en ondertussen wordt er zo hier en daar ook nog wel een keer geplunderd. Gelukkig is dat op de televisie. Dat voelt als een ‘ver van mijn bed-show.’ De realiteit is echter anders. Hoewel op kleinere schaal, gaat het bij amateurverenigingen ook al jarenlang mis. En het heeft er alle schijn van dat het geweld rond en op de amateurvelden steeds heftiger wordt. Voetbal is oorlog… Helaas is daar het afgelopen weekeinde weer een schokkend voorbeeld aan toegevoegd. Twee spelers die een tegenstander op een karatetrap trakteren die ernstig letsel hadden kunnen opleveren. Gekwalificeerd kunnen worden als ‘poging tot zware mishandeling.’

Zelfs in de krochten van het amateurvoetbal staan spelers elkaar naar het leven. Voetballers die zich te buiten gaan aan excessief geweld. Een andere benaming kan ik er niet voor vinden. Gewoon met een gestrekt been de voetbalsport onderuit schoppen. Wandelende testosteronbommen die binnen de kalklijnen een rode waas voor hun ogen krijgen en zich als een frontsoldaat gaan gedragen. Een primitief wezen dat even vergeet wie hij buiten de lijnen is, alleen maar een overlevingsdrang voelt en volkomen mesjokke raakt als er iemand uit zijn ‘legeronderdeel’ wordt aangevallen.

De sport moet een afspiegeling zijn van de maatschappij. Als dat zo is, dan is het niet best met de maatschappij gesteld. Vindt u het gek dat steeds meer scheidsrechters en vrijwilligers het voetbal de rug toekeren? We hebben een decennium na dato nog steeds niet veel geleerd van het incident met grensrechter Richard Nieuwenhuizen. Wat moet je met dit soort uitwassen. De KNVB heeft weliswaar een plan voor de aanpak van risicoverenigingen, maar wat levert dat op? Een beschuldigend vingertje opsteken is niet voldoende. Er wordt om harde maatregelen gevraagd als de bond de controle wil behouden. En dus moet er resoluut ingegrepen worden.

Zonder de schuldvraag ergens neer te leggen en puur afgaande op wat de videobeelden lieten zien, zal Meedhuizen wel een flinke douw krijgen van de KNVB. Sterker nog, de betrokken spelers kunnen er op rekenen dat de rechterlijke macht hier ook nog een woordje over mee wil spreken.

De voetbalsport is het afgelopen weekeinde weer eens lekker te kijk gezet. Hoe snel is men dan vergeten dat het ook heel anders kan. Dat er verenigingen zijn waar ze elkaar op een ludieke manier proberen af te troeven. Vergeten worden de carnavaleske toestanden bij SC Scheemda en verderop in de provincie bij RZ Baflo. Waarom? Omdat een knokpartij op een knollenveld meer nieuwswaarde heeft dan een vlekkeloos verlopen wedstrijd. Voetbal is immers oorlog….

Inmiddels is de KNVB een vooronderzoek gestart naar de gedragingen op het Meedhuizer sportveld, liggen er aangiftes bij de politie en zaal dit muisje nog wel een heel lang staartje krijgen. En ondertussen gaan we weer over tot de orde van de dag. Zien we hoe jonge jongens elkaar in Oekraïne afslachten, slaan zogenaamde betogers alles kort en klein als ze hun zin niet krijgen en zal er ergens wel weer een aanslag worden gepleegd. Wij wensen alle echte voetballiefhebbers het komende weekeinde veel plezier bij het kijken naar of het uitoefenen van hun hobby. Hou je verstand er bij en bedenk dat voetbal maar een bijzaak is. Dat er veel belangrijkere zaken zijn die om onze aandacht vragen.

 

VOETBALCLUB IN HET ‘OLLE EGYPTE’ HEEFT ZAAKJES GOED VOOR ELKAAR
Vijfdeklasser SV Woltersum heeft me een aardig inkijkje gegund in het doen en laten van de club, dat gebeurde op dezelfde middag dat het competitiegenoot Usquert op bezoek kreeg. Een duel waar de echte supporter nog wel een zondagmiddag voor uit wil trekken, maar ook een confrontatie die zich normaliter in de anonimiteit voltrekt. Waarvan je later alleen maar de uitslag terug kunt vinden.

Woltersum staat in de volksmond nog altijd bekend als het ‘Olle Egypte.’ Een verwijzing naar vreemdelingen, heidenen en zigeuners. Ik heb ze er zondagmiddag niet aangetroffen. Het dorp lag heel vroeger op een kruising van handelswegen. De handelslieden kwamen uit alle windstreken naar het kneuterige dorp waar een kleine vierhonderd mensen wonen. Dorpshuis De Bongerd wordt gezien als een belangrijke ontmoetingsplaats van de dorpelingen. Het is deels ook de thuisbasis van SV Woltersum, dat er een kantine en kleedkamers heeft en meer is dan alleen maar een voetbalclub.

Als je het sportveld van de vijfdeklasser betreedt, valt op dat alles er keurig en verzorgd uitziet. In de eerste de beste mast hangen een paar knoeperds van luidsprekers met genoeg decibels om, in geval van een gunstige wind, de naburige dorpen Ten Boer en Wittewierum te bereiken. Qua reclameborden mag de club ook niet klagen. Er blijkt voldoende animo te zijn om rond het veld te adverteren. Ik krijg niet eens de kans om een gesprekje met coach René de Vries van het eerste elftal aan te knopen. ‘Kan ik u een kopje koffie aanbieden?’, wordt mij gevraagd. Ik bedank de dame in kwestie vriendelijk en zeg dat ik zo in de kantine kom om dit aanbod te verzilveren.

Nadat alle administratieve plichtplegingen zijn voltooid en de koffie is opgehaald, merk ik wel dat ik niet de enige ben die dit duel wil bekijken. Er blijkt een regionale krant te zijn en zelfs de lokale omroep van de stad Groningen is van de partij. ‘Dat belooft wat te worden. Zoveel aandacht van de media krijgen we anders nooit’, zegt de in Turkije geboren Adem Secer die inmiddels achttien jaar vlakbij het voetbalveld woont, daar ook de nodige wedstrijden heeft gespeeld, teammanager is van het tweede team van SV De Heracliden en de scheidsrechtersfluit ook al vaak ter hand heeft genomen.

Iedereen maakt zich op voor het tweegevecht. De nerveus aan zijn sigaret lurkende coach Jan Blaauw van Usquert is er niet gerust op. Hij mist belangrijke spelers. Zijn collega René de Vries kampt met het zelfde probleem. Gedurende het duel wordt snel duidelijk dat Usquert niets in de melk heeft te brokkelen. Bij SV Woltersum blijken zelfs mannen als de 44-jarige George Dimov, Gert van Dijk (54), Jan Bouwman (54) en Rudy Bakker (36), die overigens nog een goaltje meepikt, dit niveau nog wel aan te kunnen. De extra kilo’s die ze meeslepen lijken hen totaal niet in de weg te zitten. En als Usquerder spelers zelf al aangeven dat ze naweeën ondervinden van een avondje doorzakken? Of een ongetraind ogende goalie zo vriendelijk is om een paar keer opzichtig de fout in te gaan? Tja, dan is de thuiszege van het overigens voor dit niveau redelijk verzorgd spelende SVW wel verklaard.

Terwijl Mohamet Keita van Usquert laat zien dat je beter opzij kunt stappen als hij een vuurpijl afschiet, komt langs de zijlijn ter sprake dat het eigenlijk niet meer van deze tijd is dat er mensen moeten worden opgesteld die ‘de kampioenen van de derde helft’ worden genoemd. Diep in hun hart misschien ook wel weten dat het verre van gezond is om puur uit oogpunt van clubliefde je trainer de helpende hand toe te steken. En het toch doen. De handschoen oppakken.

Hoe je er ook tegen aan kijkt, je kunt alleen maar waardering voor dat soort spelers hebben. Ondanks mijn neiging om de ogen te sluiten als twee van die met hun club letterlijk en figuurlijk meegegroeide voetballers het duel om de bal opzoeken. Je kippenvel krijgt bij de gedachte welke mogelijke gevolgen een dergelijke clash zou kunnen hebben. Ik kan mijn ogen rustig open houden. Een gebrek aan balcontrole bij het duo zorgt er voor dat het probleem zich vanzelf oplost.

Voorzitter Addie Dost van SV Woltersum heeft eveneens veel respect voor de ‘oude garde.’ Hij vindt hen ‘het schoolvoorbeeld’ van spelers die alles voor hun club over hebben. De preses weet ook dat het steeds zwaarder wordt om alles in de benen te houden. De afgelopen twee jaar zijn er volgens hem door de corona-perikelen ook niet beter op geworden. ‘Het steeds opnieuw opstarten van trainingen en wedstrijden is niet gemakkelijk. Door blessures en corona moeten vandaag maar liefst zeven spelers van het eerste elftal verstek laten gaan. Dat gat moet worden opgevuld door spelers van het tweede elftal, waarvan een aantal aardig op leeftijd is.’

De preses beseft heel goed dat het een teken aan de wand is dat voetbalclubs in een betrekkelijk klein dorp gedwongen worden om een beroep op hen te doen. Dost: ‘Ja, dat klopt. Dat komt mede doordat het steeds moeilijker wordt genoeg spelers te behouden of te krijgen. De jeugd heeft tegenwoordig veel meer te kiezen dan vroeger. Toen was het voetbal of gymnastiek. Nu is iedereen veel mobieler en maken ze vaak andere sportkeuzes.’

Aan het einde van de tunnel gloort wat licht voor de SVW. Twee jaar geleden besloot men samen met het Garmerwolder GEO een SJO op te zetten om de jeugd aan het voetballen te houden. Dost: ‘Dat is een goeie zet geweest. We hebben samen met GEO vier jeugdteams en de samenwerking is voortreffelijk.’ Wat dit in de toekomst gaat opleveren? Dost weet het niet, maar hoopt diep van binnen dat een aantal spelers op deze manier voor SV Woltersum behouden zal blijven. Omdat ook hij deksels goed weet dat mensen als Bouwman, Bakker en Van Dijk vroeg of laat zullen, of misschien wel moeten zeggen dat het mooi is geweest. En dat moment komt steeds dichterbij.

Daar wilde op deze zondag echter niemand aan denken. Welke spieren er daags later ook allemaal pijn hebben gedaan en hoeveel tijd het ook heeft gekost om van dit treffen te herstellen, na negentig minuten stond er op het fraaie elektronische scorebord wel een 4-1 eindstand in het voordeel van de gastheren en toverde men bij SV Woltersum een brede grijns op het gelaat. Nadat ook de interviews op papier waren vastgelegd en ik het sportveld achter me had gelaten, kon ik maar één ding concluderen. Ondanks de onzekere toekomst en de beperkte middelen en mogelijkheden waarover de SVW beschikt, heeft de vereniging in het ‘Olle Egypte’ de zaakjes goed voor elkaar.